100 Jaar Akkerbouw 1883 - 1983
(2-3)
Andijk destijds
Honderd jaar geleden ... voor velen een onvoorstelbaar lange tijd, voor sommigen nog bijna te overzien binnen hun eigen leven. Maar Andijk voor honderd jaar moet wel een geheel ander Andijk zijn geweest dan nu in 1983. Het was een zeer nat, zeer laag liggend poldergebied met veel vaarten, sloten en moerassen, met smalle akkers tussen het water, met veel riet, boerderijen en kleine landarbeiders- en tuinderswoningen op rijen langs de dijk en langs de weg tussen Enkhuizen en Hoorn: de Streek.
Hooi en nog eens hooi.
Het gras werd door "Hannekemaaiers" uit Duitsland met de zeis
gemaaid, daarna met de hooihark gekeerd, op "rooken" (hooioppers)
gezet en tenslotte per praam naar de boerderij vervoerd.
Er moest heel wat werk worden verzet eer het hooi in het vierkant
van de boerderij was opgetast.
Het oude Andijk was het landschap van boeren en tuinders. Veel
welgesteldheid zal men daar destijds wellicht niet hebben behoeven te
zoeken, ook al schetste tien jaar eerder de Franse schrijver en
kunstkriticus Henry Havard, die West-Friesland bezocht, de Westfriezen als
zeer rijke boeren, ja zelfs als miljonairs.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw was er weer eens een
lanctbouwcrisis, zoals er telkens weer optraden (en nog optreden) enige
malen tijdens de honderd jaren van Akkerbouw. De jaren rond 1880 waren
landbouwcrisisjaren. Bovendien waren de landbouwgronden in de polder
"Het Grootslag" erg versnipperd mede door de grote gezinnen die
hier in deze landstreken voorkwamen.
Er was voor te velen te weinig werk op de veehouderij- en
landbouwbedrijven. En toch kwamen.desondanks ook hier in die tijd 's
zomers gastarbeiders, de welbekende maaiers uit het Duitse.
ZomerstaL
In de zomer versierde de boerin de stal (eerst schoongeboend) met
voorwerpen van allerlei aard, uit de huishouding zowel als vazen
en schotels.
In de bezittingen van de familie Roosevelt in Amerika bevonden
zich prachtige Delfts blauwe borden, die afkomstig waren uit een
Andijker boerderij.
Het was in die tijd, juist ook door de grote gezinnen, waarvan vele kinderen in de eigen omgeving wilden blijven, dat de boeren-bedrijven door vererving werden gesplitst. Daardoor werden de bedrijfsgronden voor veehouderij en akkerbouw te klein en kwam het zoeken naar meer arbeidsintensieve bedrijfsvoering op gang. Dit leidde tot tuinbouw. Daardoor werden die veeteelt en akkerbouw meer en meer door de tuinbouw verdrongen. In die jaren was het dan ook nodig en mogelijk om tot betere waterbeheersing te komen waardoor de gronden, wat droger gehouden, beter geschikt werden voor de teelt van tuinbouwprodukten.