100 Jaar Akkerbouw 1883-1983
(9)
Het was alles bijeen genomen een drukke tijd voor de bestuursleden van
de jonge vereniging. Die bestuursleden – van het eerste uur – die waren
begonnen op 6 februari 1882, waren P. Sluys Pzn. en Jb. Tensen,
respectievelijk voorzitter en secretaris, Jb. Prins, P. Kooiman
Rzn., Jn. Groot Szn. en P. Hasselman.
Zij hadden niet alleen de drukte van het organiseren maar zij hielden ook
toezicht en controle op de verzending en de kwaliteit van de te verschepen
produkten. Daarvoor mochten zij aanvankelijk 70 cent per dag in rekening
brengen, hetgeen korte tijd later tot ƒ 1,50 werd verhoogd.
Die controle betrof ook het nagaan van het materiaal of er geen zieke
aardappelen werden vervoerd.
In Amsterdam werd een ligter gehuurd voor ƒ 25,00 per maand om de
aardappelen in op te slaan. De schippersknecht kreeg aanvankelijk ƒ 0,25
per reis maar ook dat werd verhoogd tot ƒ 1,00 fooi per reis.
In Broekerhaven kwam de polderschuit aan en daar werden de manden
aardappelen overgeladen in de zeilboot voor Amsterdam. Daar vond dan ook
de keuring plaats bij het "rad", want ook daar was een overhaal nodig.
Het aardappelmandje, waarin de "Andijker muizen" naar Amsterdam werden vervoerd, afgedekt met aardappelloof en daaroverheen een netje. Alleen de allereerste aanvoer vond plaats in manden. Deze vroege aardappelen brachten veelal een hoge prijs op.