100 Jaar Akkerbouw 1883-1983
(13)
Individuele aankoop van allerlei benodigdheden was ook een zaak om
eens nader te bezien. Immers de behoefte kwam op om gezamenlijk
grondstoffen aan te kopen, waartoe Akkerbouw als centrum uitstekend zou
kunnen functioneren. Tot zulke grondstoffen behoorde, behalve de genoemde
mest, ook hout in de vorm van hektakken, stullestokken, aanbinders en
slabonenstokken.
Het eerste schip met hout kwam aan op 18 april 1884. De hekstokken kostten
toen ƒ 11,00 per 100 stuks, de stullestokken ƒ 3,50 evenals de
slabonenstokken.
Zware essen stokken van 12 voet lengte kosten ƒ 9,00 iets mindere
kwaliteit of lengte ƒ 7,50 en de lichte ƒ 5,00 per 100 stuks.
"Bonenschans".
De teelt van zaaizaden is in Andijk van heel grote betekenis geweest.
Een van de oorzaken daarvoor was de goede kwaliteit van de grond.
Akkerbouw heeft duizenden kubieke meters hout geleverd in de vorm van
hektakken, stullestokken, aanbinders, latten, enz.
Daarin is niet zoveel veranderd, wel wijzigde zich de behoefte van de
leden. Toen de zaadteelt in dit gebied begon toe te nemen werden door de
zaadtelers meer en meer andere soorten stokken gevraagd.
De vraag naar schoeiingshout begon ook een rol te spelen, waarbij palen in
allerlei maten nodig waren. Daarna werden er ook oude spoorbielzen
aangekocht. Riet was evenzo een belangrijk artikel, in hoofdzaak om
rietmatten te vervaardigen. Zo werd er in 1903 93 voer riet besteld. Een
voer was 12 meter bos, dat waren bossen van één meter in omtrek. Het
woord "vim" was ook bekend in de riethandel als een eenheid voor
acht bossen riet.
Rietmatten waren bij toenemende tuinbouw belangrijk beschermingsmateriaal
voor de gewassen. Er waren tuinders, die 's winters zelf zulke matten
maakten. Er waren ook rietmattenmakers als de gebroeders Gorter, die
gedurende enkele jaren voor Akkerbouw werkten aan het samenstellen van
rietmatten, die dienden als windschermen om de akkers en tuinen. Later
werd het vervaardigen van rietmatten fabriekswerk.