Al deze Stenen voor Sparen en Lenen
Hans Moolenbel
Hoofdstuk 4
Westwoud en Hoogkarspel
De Bondsspaarbank Westwoud-Hoogkarspel
Het komt niet vaak voor dat plaatselijke coöperatieve banken
"overleg" voeren over samenwerking met een bank van een geheel
andere organisatie.
Daarvoor hebben de coöperatieve banken een te eigen structuur, die het
eigenlijk alleen mogelijk maakt dat andere banken in het geheel opgaan in
de coöperatieve structuur en de klanten van die bank ook lid worden van
de overnemende partij. Iets waar zelden bereidheid toe bestaat. Alleen een
Bondsspaarbank of Nutsspaarbank heeft een zodanige structuur, dat een
overname in principe mogelijk zou zijn. Maar het blijft een ingewikkeld
verhaal.
Toch doet de Rabobank Hoogkarspel-Westwoud in juli 1978 een poging. De
aanleiding is dat binnenkort de gelegenheid zich voordoet om de kantoren
wat uit te breiden en te moderniseren en dat gaat makkelijker als het
draagvlak breder is. Bovendien komt er per 1 januari 1979 een
gemeentelijke herindeling, waardoor de werkgebieden van de Rabobank en de
Bondsspaarbank nagenoeg gelijk gaan lopen. Het Bestuur van de Rabobank
schrijft deze argumenten aan het Bestuur van de Bondsspaarbank en nodigen
hen uit voor een gesprek over verdergaande samenwerking in de toekomst.
Het zou de prelude blijken te zijn voor een weinig verheffende discussie,
als gevolg van verkeerd begrepen, maar goed bedoelde briefwisselingen. Het
antwoord laat niet lang op zich wachten. Op 23 augustus ligt er een brief
waarin staat dat er binnen de organisatie van de Bondsspaarbanken
structurele ontwikkeling gaande zijn, die wellicht bedreigend zijn voor de
zelfstandigheid van de lokale bank. op grond daarvan staan belangrijke
beslissingen voor de deur. In dat licht willen ze best eens komen praten,
als het maar geheel vrijblijvend is.
Van dat gesprek zijn geen aantekeningen gehouden en ook niet van een
vervolggesprek in januari, maar uit een latere behandeling in het Bestuur
van de Rabobank blijkt dat er wel bereidheid is, maar de positie van de
directeur van de Bondsspaarbank een probleem vormt. Hij is gewend in een
heel andere cultuur te werken en wil graag zijn cultuur in de coöperatie
behouden. Verder zijn er louter voordelen. Er komt meer financiële ruimte
voor de verbouw in Westwoud, vier extra personeelsleden geven de
mogelijkheid voor een nieuwe, betere taakverdeling. En om "de zaak te
laten schieten" alleen om de persoon van de directeur van de
Bondsspaarbank is niet aanlokkelijk. Dan zou ook in de toekomst fusie
nauwelijks meer bespreekbaar zijn.
Conclusie: we doen het, maar: goede afspraken met en over de directeur. In
mei 1979 is er een gesprek tussen de beide directeuren en daarin wordt
plots meegedeeld dat de Bondsspaarbank toch afziet van fusie. Het bestuur
van de Bondsspaarbank vreest dat door het samengaan met de Rabobank er
ruimte komt voor een vestiging van de Centrumbank in het gebied. Nu kan
men dat nog tegenhouden. Een ander argument is dat men liever samengaat
met een bank van de eigen kleur, bijvoorbeeld de Bondsspaarbank in
Midden-Beemster. Tot slot, en dat is wellicht de belangrijkste reden,
hebben sommige bestuursleden moeite om de eigen identiteit op te geven.
Aan het eind van het verslag staat dat ook in de toekomst men niet aan
fusie denkt om eerder genoemde redenen.
De resultaten van dat gesprek worden in juli nog schriftelijk bevestigd,
waarbij de brief eindigt met: "Het spreekwoord zegt: "Beter 'n
goede buur dan 'n verre vrind" en juist het goede nabuurschap met
respect voor elkaar kan het werk van ons beiden stimuleren."

Het hoofdkantoor na de verbouwing in 1980.
Het verhaal lijkt aan het eind. Nauwelijks twee maanden later ligt er
opnieuw een brief van de Bondsspaarbank: er is nog eens nagedacht (de
fusiepoging met Midden-Beemster had schipbreuk geleden) en men had zich
afgevraagd of de eerder genomen beslissing wel in het belang van de
"gemeenschappen Westwoud en Hoogkarspel" is geweest. Er zijn nog
wat overwegingen en om te voorkomen dat we over een paar jaar zeggen:
"hadden we in 1979 maar..." vragen ze nogmaals om een gesprek.
Nu is het de beurt aan de Rabobank om flink te zijn en in het gesprek wat
duidelijke standpunten in te nemen. Die standpunten worden ook
schriftelijk bevestigd. Onder ander de positie van de directeur van de
Bondsspaarbank is daarin vastgelegd. Hij zal de post van kantoorbeheerder
in Westwoud krijgen. Deze brief zorgt ervoor dat de gesprekken definitief
worden afgebroken. Het antwoord komt verrassend snel en begint met:
"C'est Ie ton qui fait la musique, zegt de fransman. Helaas misten
wij dat in Uw brief van 10 september j.l." Dan volgt een opsomming
van alle aspecten waarover geen overeenstemming is bereikt en de brief
eindigt met: "Nog veel minder ruimte gaf U aan de directeur, die U
een plaats gaf een directeur onwaardig. Hier ontbreekt ieder menselijk
aspect en dit betreuren wij zeer. Wij hebben uit Uw brief een sfeer
geproefd, die de onze niet is en dit biedt geen garantie voor een
toekomstige goede samenwerking."
Het Bestuur van de Rabobank besluit om maar niet meer in te gaan op de
inhoud van de brief. Ze laten het eerst maar eens berusten en sturen pas 5
weken later een antwoord, waarin er onder andere op wordt gewezen dat de
titel kantoorbeheerder in de Raiffeisen organisatie eenzelfde waarde heeft
als kantoordirecteur. Ze houden de deur nog op een kier om alsnog een
commissie in te stellen om verder te praten, eventueel zonder de
aanwezigheid van de twee directeuren. Want misschien lag daar ook wel de
wrijving? Vast staat dat persoonlijke factoren een belangrijke rol spelen.
Maar het vertrouwen is geschokt en de bank met de S kiest voor eigen
zelfstandigheid.
Rabobank Drechterland
Het is 1980. De gemeentelijke herindeling is afgerond en de bank heeft
zijn naam aan de nieuwe gemeentenaam aangepast.
In februari opent Burgemeester B. J. Kalb het vernieuwde kantoor aan de
Streekweg.
Het kantoor aan de
Dr. Nuijensstraat 14d bij de opening in 1981. Sinds 1995 een woonhuis.
Een jaar later is de Burgemeester weer aanwezig om samen met
voorzitter Groot een nieuw kantoor in Westwoud aan de Dr. Nuyensstraat 14d
te openen. Bij de opening van dit kantoor ontvangen de cliënten naar
keuze een luchtfoto van Westwoud of Hoogkarspel. Het kantoor in Westwoud
zou snel door de ontwikkelingen worden achterhaald. Door de toenemende
automatisering en het gebruik van nieuwe betaalmiddelen loopt het bezoek
aan het kantoor snel terug. De klanten hebben nauwelijks bezwaar wanneer
al na enkele jaren het kantoor sluit en verbouwd wordt tot woonhuis.
In 1981 is P. Groot 65 jaar en treedt af als voorzitter van het Bestuur,
J. J. Laan volgt hem op. Voorzitter Laan ontvangt in 1990 een koninklijke
onderscheiding voor zijn vele werk in de plaatselijke gemeenschap. Hij is
het ook die de onderhandelingen namens de bank voert, die uiteindelijk
leiden tot de laatste grote fusie.