Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter
- 3 -
Het was een koude winteravond, toen de spuitgasten bij de warme kachel
werden weggeroepen en zich wederom naar de Bangert haastten, ditmaal voor
een schoorsteenbrand. En velen van U weten nog wel hoe het daar was in de
jaren '50 "kloine huissies en pittig wat jóós. Ja, de Moeders van
toen moesten oiselijke panne met ete kouke en hadde puur zukke bulte
wasgoed."
Drogers waren er nog niet dus hing het wasgoed meestal op zolder. Op die
bewuste avond stormden de brandweermannen met ramoneurs
(schoorsteenschoonmakers) en bijlen bij de trap op en baanden zich een weg
door "de oiselijke buit wasgoed" die daar hing te drogen, naar
de schoorsteen, die er lekker op los brandde. Er was niet direct gevaar,
maar vanwege de overproduktie in de pijp stond de zolder vol met rook.
Eén van de spuitgasten "begroette dat puur" en hij zei nogal
luid: "Manne, haal die klere d'rs van de loin, strakkies stinken ze
as de pest". Gelijk meldde de vrouw des huizes zich onderaan de trap
met de onversneden Westfriese uitroep:" Leit die troep maar hange
hoor jóós, as ik 't an m'n kont trek wordt 't toch ok weer
kladdig".
Gierend van het lachen stapten de spuiters na een tijdje weer in de wagen
en vertrokken naar de kazerne. Nog steeds wordt dit verhaal in geuren en
kleuren verteld aan de nieuwe spuitgasten.