Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter
- 5 -
Van de brandweer wordt verwacht dat ze altijd snel
ter plekke zijn.
Tegenwoordig is dat geen punt met de "piepers", maar
hoe ging dat vroeger? Als er brand was werd er naar het gemeentehuis
gebeld, want boven op dat gebouw stond de sirene. Overdag zwierven de
brandweermannen overal, de één op het land, de ander onderweg of ergens te
werk. Bovendien had nog niet iedereen telefoon, dus vandaar die sirene.
Hierbij komt nog dat de sirene ook nog een andere sociale functie had.
's Morgens om 6 uur, ja, ja, gilde dat ding de boel al bij elkaar, want
dan was het tijd voor de bouwers om naar het land te gaan. Om 9 uur
ging ie weer, want dan was het "konkeltoid". Om 12 uur weer om aan te geven
dat het "eterstoid" was en om 3 uur loeide hij opnieuw het hele dorp
over want dan was het"skoft-toid". En 's avonds om 6 uur voor de
laatste keer, dan was het "ophuisangaanderstoid".
Voor al die signalen
werd één langgerekt geluid gegeven, maar als er brand was, was het een
jankend alarm. Spuitgasten die op het land aan het werk waren, bevonden
zich nogal in een lastig parket, als er alarm was. De kruipbroek uit en
met een noodgang naar de schuit. Als ze heel "Zuid-op" zaten, moesten
ze vaak nog een heel eind kloeten voordat ze bij het eerste beste huis
waren om een fiets te lenen. De Cdt. stond af en toe op tilt als er een
grote brand was, want ja, had iedereen de sirene wel gehoord?
Ondertussen heeft U wel begrepen dat de brandweerlui soms met een aanmerkelijk tijdsverschil arriveerden, maar dan werd er ook wel
gewerkt, dat kunt U gerust aannemen. Je kon dan ook het beste maar 's nachts
brand hebben, dan was tenminste iedereen thuis.
Nog een leuke
anekdote uit die tijd is ook wel aardig om te vertellen. Voor de
brandweergarage was een kastje bevestigd met een glazen deurtje waar
de sleutel in hing, dan hoefde niemand om de sleutel te denken. Wie
schetst echter de verbazing van een wakkere spuitgast die op een vroege
morgen langs de kazerne ging en tot z'n ontsteltenis ontdekte dat het glas
kapot was. De sleutel hing er netjes in, dat wel. Daar moest ie meer van
weten, stel je voor dat de "spuit" gestolen was. Hij ging gauw naar
binnen en daar stond om de hoek van de deur een lege jerrycan met een
briefje er op: Beste brandweermannen. Vannacht stond ik hier met m'n
auto en m'n benzinetank was leeg. Tanken kon ik niet meer en omdat ik wist
dat jullie benzine aan boord hebben voor noodgevallen, heb ik jullie
benzine maar efkes gebruikt. Bedankt hoor en ik zal zorgen dat ie weer
vol komt en 't glas gemaakt. En 't kwam voor elkaar, ja, dat kon
allemaal in die tijd, moet je nou es proberen.