Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter
- 8 -
Ze konden het geleerde al spoedig in praktijk brengen, want halverwege de
barre winter '62/'63, in de nacht van 14 jan. konden ze hun lol op.
Het
was net tijdens een korte dooiperiode met een harde noordwesten wind dat
er brand uitbrak in een oude boerderij bewoond door de fam. Minnes.
Gelukkig waren de bewoners er in geslaagd het pand op tijd te verlaten
maar de boerderij was reddeloos. De boerderij had een rieten dak en ging
aan alle kanten brandend als een fakkel ten onder. De brandweer had handen
vol werk om de belendende percelen vuurvrij te houden, want stukken
brandend riet vlogen door de sterke wind door de lucht. Tijdens het blussen nam de wind af en ging de regen over in ijzel.
Omdat het vuur praktisch gedoofd was en de temperatuur drastisch gezakt
nam de publieke belangstelling snel af.
De brandweer die eerst door de
buren van koffie was voorzien zat nu zonder want iedereen ging naar bed.
Iedereen, behalve de spuitgasten, want die moesten nog nablussen. Dat werd
een fris klusje want de temperatuur bleef zakken en omdat de blusuniformen
in die dagen nog niet zo waterdicht waren als nu en ze over een open
brandweerwagen beschikten waar je ook niet warm in kon worden werden ze er
niet blijer op.
Toen 's morgens tegen 8 uur de zon boven de horizon
uitkwam vroor het 8 graden. Iedereen was steenkoud en zonder dat ze het
wisten hadden ze de eer genoten kennis te maken met het begin van de
strengste winter die we tot nu gehad hebben.
De pomp moest blijven draaien,
anders bevroren de slangen en kreeg je de koppelingen nooit meer los. Toen
alles geblust was, moest er worden opgeruimd en dat ging zwaar. Bij elke
slangkoppeling stond een spuitgast. De Cdt. stond bij de wagen, telde tot
3 en op dat moment stortte iedereen zich op een koppeling. Vervolgens
werden de slangen dubbel gelegd en waren gelijk bevroren. Meerdere keren
opvouwen kon niet anders waren ze kapot gegaan. Ze werden als planken op
de wagen gelegd.
Gelukkig kon het spul gedroogd worden bij de fa. Vriend
aan het Kleingouw. Onnodig te zeggen dat iedereen hoopte dat er voorlopig
geen brand meer zou komen want van dit soort omstandigheden had iedereen
z'n buik vol.
De brandweerwagen trouwens ook. Hij wilde niet meer wat de
brandweer wilde. Er was al geruime tijd sprake van vervanging maar U
begrijpt wel dat het nogal een kapitaal moest kosten en dat ging niet zomaar. Cdt.
Klopper had er herhaaldelijk op gewezen dat het nodig tijd werd voor vervanging, anders kon de brandweer nog wel es voor rare dingen komen te staan. Eén en ander had tot gevolg dat er eindelijk werd besloten voor de aanschaf van een gesloten Bedford lagedruk wagen. De vreugde
hierover was groot bij de mannen maar werd al spoedig getemperd door het bericht dat de Cdt. ongeneeslijk ziek was.
Op de dag van de begrafenis volgden de verslagen brandweermannen de wagen om hun Cdt. naar zijn laatste rustplaats te begeleiden. Ze moesten een Cdt. missen die de brandweer en de mannen na aan het hart had gelegen. Het was een mens die verstand en inzicht had om leiding te geven aan het korps en waar het bovendien prettig mee samenwerken was.
De heer Sietses die al jaren waarnemend Cdt. was geweest en ook z'n manneije best stond, werd met algemene stemmen tot Cdt. gekozen. Ook in deze man had iedereen het volste vertrouwen.