Kistemaker NetWerk

Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter

- 11 -

Zo, en dan bent U nu weer es toe aan een flinke brand.
Wij schrijven de avond van de 18e november 1967, en nu weet ook de fam. Groot-Knip precies waar het over gaat. Vrijwel op de plaats van stal West-Frisia stond toen een Westfriese stolp die door middel van een tussengebouw verbonden was met het nu nog bestaande woonhuis.
Om 19.30 u. ontdekte men brand in de stallen en werd meteen de brandweer gebeld. In de stallen in de stolp bevonden zich op dat moment 21 paarden, 27 koeien en een stier. Hier ziet U het draaiboek voor een gecombineerde brand. Redden en blussen. Eén van de moeilijkste klussen die je als brandweer kunt hebben, want je moet dan overal tegelijk zijn, wat U aan dit verhaal wel zal merken. Zoals alle veehouders had ook de heer Groot een aanzienlijke hooiberg voor al het vee in voorraad, en met vermoedelijk een warme lamp rook de rooie haan z'n kans. De brand ontstond vrijwel boven in het hooi en vrat zich vandaar een weg door het dak naar buiten. Een bijkomende narigheid was, dat de boxen van de paarden zich vlak bij het brandende hooi bevonden.
Ondergetekende moet U bekennnen dat hij de visioenen van heen en weer dravende spuitgasten en helpers door de rook, nog best voor zich kan halen. Maar ook de paarden die naar buiten gejaagd werden, mengden zich daar tussen. Al met al een chaotische toestand. De paniek onder de dieren werd per seconde groter. Ze hinnikten van angst, hoestten van de rook, draafden door elkaar en gingen op hun achterpoten staan. Als je dan geen veehouder bent komen deze situaties spookachtig en angstaanjagend over.
Gelukkig drongen enkele paarden naar de grote staldeur en de meesten volgden hen. Twee paarden waren letterlijk en figuurlijk niet uit hun boxen te branden. De dieren waren inmiddels volslagen dol en het was verbijsterend om nu een echt vurig paard te zien, want omdat er regelmatig brandend hooi naar beneden viel, begonnen de haren en manen te schroeien. Met een tuinslang werd geprobeerd het vuur te blussen, maar de spuitgasten werden gedwongen naar buiten te gaan, want het begon voor hen ook gevaarlijk te worden. Ze hebben de deur van de box open laten staan in de hoop dat de dieren zouden volgen. Het lukte niet.
Er werd ondertussen al flink water gegeven, wat ook hoog tijd werd. Buiten werden Cdt. en bemanning al ongerust over de lui die nog binnen waren. De grote staldeuren waar de paarden bij elkaar dromden waren echter nog dicht, want die moesten van binnenuit worden geopend, doch daar had niemand aan gedacht. Maar één van de spuitgasten die nog binnen was, stormde met zo'n geweld tegen de deur, dat deze uit de hengsels vloog. Toen belandde hij zelf onder de deur, en dat was maar goed ook, want de paarden volgden hem op de voet en renden vervolgens dol van angst over de deur naar buiten. Dat gaf weer gevaarlijke situaties voor het toegestroomde publiek en het verkeer, maar gelukkig hebben mens en dier het allemaal overleefd. Zo ook de ongelukkige brandweerman die onder de deur lag. Toegesnelde collega's haalden vlug de deur weg om te kijken hoe het er daar uitzag. De beproefde spuitgast kwam gelukkig gezond van lijf en leden overeind, maar zei toen wel allemaal hele rare dingen over paarden. Dat was een teken dat hij nog goed gezond was en iedereen rende weer naar z'n plaats, want er was nog zo het één en ander te doen.
Op de zolder van het tussengedeelte van woonhuis en stolp lag ook nog hooi en dat begon er ook al lekker de gang in te krijgen. En of dat nog niet genoeg was, begon ook de loods met koeien vol te lopen met rook. En toen kwamen de persluchtrnaskers goed van pas, anders had het er voor de melkgeefsters slecht uitgezien. Nu liepen ze mooi achter hun redders aan een touw mee naar buiten over de brug naar het weiland.
De stier echter had grote bezwaren tegen de verstoring van z'n rust en liet dat door boosaardig gebrul en woest gesnuif ook weten. Gelukkig stond "Dirk" een beetje dicht bij een deur en enkele hulpgrage veehouders die bij hun collega waren te kijk, ontfermden zich over de gebelgde. De gebelgde vond dit echter niet leuk en zo gauw hij de deur in de gaten kreeg, zette hij flink de gang er in, alle behulpzame veehouders met goede bedoelingen meeslepend, alsof ze niets wogen. Ze belandden met z'n allen op een mesthoop, alwaar de gebelgde tot z'n buik in weg zakte, en vanwege deze tegenstand enigszins bedaarde. Met grote omzichtigheid en tact werd geprobeerd om hem vervolgens naar beter oorden te vervoeren, maar zelfs dat vond ie niet leuk. Van kwaadheid keurde hij de brug geen blik waardig, maar zwom gewoon de sloot over en belandde zo in het weiland met voor hem allemaal mooie vrouwen. Hij zal die nacht wel geen oog dicht gedaan hebben.
Ondertussen raakte de rooie haan uitgewoed en werden de spuitgasten de brand meester. Maar nog was de klus niet geklaard, want er moest nog nageblust en opgeruimd worden. Er werden een sjofel en kiepwagens besteld om de resten van het drijfnatte hooi te verwijderen. Tot laat in de morgen was de brandweer daarmee bezig voordat er ingerukt kon worden. U zult wel begrijpen dat iedereen snakte naar een warme douche en schoon ondergoed. De brandweer had ondanks alles toch het genoegen dat het woonhuis de ramp had overleefd en dat er van alle dieren maar twee paarden omgekomen waren. Hier was wel het grote nut van perslucht bewezen als je even de tijd krijgt om ermee te werken. Doch zoiets gaat niet altijd op. Als de rooie haan in het geniep een beste voorsprong heeft, wordt de kans op redding soms erg klein.

Vorige paginaVolgende pagina

© 2001-2012 | Kistemaker NetWerk

Westfries Genootschap