Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter
- 12 -
Dat bleek bij de brand in de stal bij de Gebr. v.d. Meer.
U weet wel, vlak naast "Het Ankertje". Enkele jaren daarvoor was hun boerderij al afgebrand
op dezelfde plaats. Dat gebeurde 's avonds en het was nog geen tijd om de koeien op stal te zetten,
zodoende waren er maar twee dieren te redden. Enkele jaren daarna was de nieuwe stal gereed en hadden
de koeien weer een goed onderkomen. Maar in de nacht van 4 op 5 december 1969 brak ook daar brand uit.
Hoe de brand is ontstaan is nooit duidelijk geworden omdat er alleen een hoop stro, die klaargelegd
was voor de volgende dag, verbrandde. De hele stal was modern gebouwd van steen en beton, geen houten
boxen meer. Er kon verder dus niks branden, alleen de hoop stro. Er was voldoende lucht aanwezig om
dat een poosje best te laten branden. Maar de rookontwikkeling die daardoor ontstond was fataal voor
alle dieren in de stal. De perslucht ging het eerst naar binnen, want aanvankelijk had de brandweer
nog hoop dat er dieren te redden waren. Bij de deur waar ze naar binnen gingen, stond een kalf, wat
vlug naar buiten werd gebracht. Een paar meter verder een drachtige koe die ook nog overeind stond
en wankelend meeliep toen ze naar buiten werd gebracht. Hoe weinig zo'n groot beest kan hebben bleek
korte tijd later toen eerst het kalf en de koe stierven en later ook het kalf dat door de veearts bij
de moeder weggehaald was.
De hoop op redding vervloog rap, want de persluchters klommen en klauterden over de dode beesten, en
nergens hoorden ze in het aardedonker nog een teken van leven. Toen kreeg één van de
persluchters ook nog midden in de stal een appelenflauwte. Hij was net vóór de brand
Vader geworden en door alle emoties en andere manier van ademen met zo'n toestel was het hem alles
teveel geworden en zakte hij wat puddingachtig neer op een levenloze koe.
Zo ziet U maar weer dat het gebod: gij zult u tezamen als persluchters naar binnen begeven, zodat in
geval van nood de één de ander kan bijstaan, ook nu goed van pas kwam. Want die ander,
diezelfde stevige brandweerman, die bij de vorige brand onder de staldeur had gelegen, pakte z'n
kwijnende maat stevig beet en bracht hem naar buiten.
Toen de rook door de geopende deuren was weggetrokken bood de stal een naargeestige aanblik. De Gebr.
v.d. Meer hadden geen dier meer over, 49 koeien waren omgekomen. De brandweerlui beseften maar al te
goed wat zo'n verlies voor een boer betekent. We hebben liever een brullende brand waar nog wat uit
valt te redden, dan dit. Bijna geen vuur gezien, alleen maar rook, en dan nog geen koe kunnen redden,
daar werden we niet blij van.