Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter
- 13 -
En de brandweer, zij bluste voort.
Weet U waar ze vroeger ook nogal es heen moesten te blussen? Op de "Put", wat nu zo'n
gezellig parkje is. Dat was vroeger een vuilstortplaats. De gemeente Andijk had vroeger een eigen
ophaaldienst, wat keurig werd verzorgd. Alles ging mee, grof vuil dagen waren er niet.
Dat dit terrein toen een pracht oord was voor de lieve jeugd, is te begrijpen. Maar als er dan weer
een stel jongens was geweest die met lucifers hadden gespeeld, kon de brandweer weer opdraven. Daar was
je dan uren mee zoet, want zo'n stortplaats van ouwe rommel is net een veenbrand. als het op de ene
plaats uit was, begon het op een andere plek weer te smeulen.
Bovendien was het een eldorado voor ratten. Het krioelde er van, vooral als het vuur steeds verder de
bergen vuil in vrat. Je deed er goed aan een stevig stuk hout mee te nemen voor het geval die mormels
je laarzen inklommen.
De geachte lezeressen van dit verhaal zullen de brandweermannen niet hebben benijd. Overigens was de
brandweer ook niet gelukkig met dat soort branden en er zal door hen heel wat afgescholden zijn op
die "lulleke rotjongens".
Het was trouwens nogal druk in de jaren '69-70. Afgezien van wat kleine "fikkies", werd de
brandweer op 29 juli 's middags bij de fam. Zwagerman, Dijkweg 106 geroepen, waar brand was uitgebroken.
Je zult je van geen kwaad bewust zijn, lekker buiten in je ligstoel liggen dommelen, en opeens ontdekken
dat je huis in brand staat. Noch de heer Zwagerman, noch de buren hadden er iets van gemerkt. Maar toen
opeens de golfplaten van de bijkeuken begonnen te knallen en er nogal veel rook over de buurt trok,
bemerkte men toch dat er wat aan de hand was.
Er was iets niet goed gegaan met een wasketel en een elektrische plaat. In een oogwenk stond het huis
in lichtelaaie, want er stond ondanks het mooie weer, een flinke Zuid-Westen wind.
Nu zal de ene mens aan de grond genageld staan, als hem zoiets overkomt, de ander doet juist het
tegenovergestelde. De heer Zwagerman realiseerde zich, dat hij nog enige kostbaarheden in huis had
en rende naar binnen. Hij dacht er niet aan, dat dit levensgevaarlijk kan zijn. Je kan nog zo goed
de weg in je eigen huis weten, maar met brand lijkt alles wel anders te worden. Deuren knallen dicht
vanwege trekking of overdruk in andere ruimten, ramen knallen eruit, en gordijnen staan plotseling
in lichtelaaie.
En dan is er altijd weer die verstikkende hete rook, die bij inademing je longen uit je lijf doet
knappen. Dan wil je naar buiten, maar ja, waar was ook alweer die deur? En de brand gaat door. De
plaats waar je net nog stond, kan op het volgende ogenblik branden als een lier.
En dan ontstaat er paniek, want je weet niet meer wat je moet doelt. Gelukkig wist Zwagerman dat nog
wel, maar het had niet langer moeten duren. Nog jaren daarna heeft hij de gevolgen van zware
brandwonden ondervonden. Toen de brandweer arriveerde was er niets meer te redden. Het was nu zaak de
belendende percelen nat te houden, want de buren waren zeer ongerust. De hitte was daar zo groot, dat
de planten slap voor de ramen hingen. Door alles nat te spuiten kon overslag worden voorkomen, maar
het huis van de fam. Zwagerman ging finaal tegen de vlakte, en het was al tegen de avond voordat de
brandweer weer naar huis kon gaan.