Kistemaker NetWerk

Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter

- 20 -

Wij nemen U mee naar de verkaveling, want deze was zo goed als klaar.
Overal verrezen schuren en bedrijven, groter dan er ooit hadden gestaan in onze wijde platte polder. Eén en ander was al eens argwanend bekeken door de brandweer. Er werd daar regelmatig geoefend, want je kon nooit weten. En iedere spuitgast hoopte maar, dat ze een eventuele brand in die grote hallen toch maar de baas zouden blijven.
Het ging een hele poos goed, totdat... ja, totdat op de 20 sept. 1975 heel wat medeburgers het idee kregen, dat er in de verkaveling een groot vuurwerk werd afgestoken. De knallen waren niet van de lucht, en de lucht in het Zuiden werd verdacht rood, maar ook zwart van de enorme dikke rookwolken. V.d. Gruiter zal zich deze brand ook goed herinneren, want hij was door afwezigheid van de Cdt. de plaatsvervanger. Er was namelijk brand bij de Gebr. Bot, uitgerekend het grootste bedrijf in de verkaveling. De brand was waarschijnlijk ontstaan door een onklaar geraakte koelmotor of ventilator. De brandweer kreeg onderweg het idee dat heel Andijk van plan was om naar de vurige verschijnselen te gaan kijken, want de wegen zaten bijna verstopt. De chauffeur had de grootste moeite om alle spatborden en bumpers te vermijden.
De enorme loods was één en al vuur en de rooie haan stond ons al loeiend en brullend op te wachten. Alles, maar dan ook alles werd uit de wagen gerukt om het vuur aan te vallen. De spuitgasten vroegen zich in arren moede af, wat er toch zo gigantisch wou branden. De perslucht die via een zijdeur naar binnen wou, was alweer rap terug, want binnen waren de temperaturen niet te harden. Ze deden verhalen over vuurwalsen en dikke zwarte rook.
Het begon buiten trouwens ook knap gevaarlijk te worden. De helse vuurzee binnen, liet de asbestplaten met de snelheid van mitrailleursalvo's uit elkaar springen en de scherven en brokken zeilden door de lucht. Niemand van de spuiters vergat z'n helm op te zetten.
In het begin was er geen spuiten tegen. De hitte was zo groot, dat het net leek alsof de stralen water werden doorgesneden. Het water was verkookt voordat het op de grond viel. Het leek wel oorlog, want de spuitgasten zochten overal dekking achter stapels fust. Wat een voordeel, dat dit gebouw niet in de bebouwde kom stond en dat het windstil was.
Zo langzamerhand kwamen we er achter wat er toch zo verschrikkelijk brandde. Het was het nieuwe soort isolatiemateriaal tempex, en daar zouden we in de toekomst nog wel meer plezier van gaan beleven. Tot nu toe had iedereen gedacht, dat dit spul maar wat smeulde als het warm werd, maar niemand had nog geprobeerd hoe het zich hield bij temperaturen van ong. 800°C.
 En daar kwamen we nu wel achter, zelfs de grootste optimisten beseften alras dat de enorme loods niet meer te redden was, en de tonnen pas geoogste irissen ook niet. De brandweermannen vochten als leeuwen, dat wel, maar overal was de rooie haan hen de baas. Het leek wel of je met benzine spoot in plaats van water, en net als je dacht dat er iets geblust was, begon het weer overnieuw. Genoemde rooie haan kreeg er geen genoeg van, hij had het ook nog op het ketelhuis en het kantoor voorzien, maar daar werd hem toch door de nijvere spuitgasten de weg versperd.
Zo kregen we toch het idee, dat we niet helemaal voor "Jan Droppie" bezig waren geweest. En toen de grote roldeur het begaf en daverend naar beneden kwam, kon er naar binnen worden opgerukt."
Geen mens zonder perslucht", beval de Cdt. want nog nooit was er iets dergelijks meegemaakt met zoveel tempex, waarvan we verhalen hadden gehoord over vrijkomend giftig chloorgas waarvoor je uit moest kijken. Er was wel een dubbele voorraad persluchtcilinders, maar zelfs dat raakte op, zodat er een spuitgast naar Enkhuizen werd gestuurd om de voorraad aan te vullen.
Langzaam oprukkend in de schuur, deden we nog een verbijsterende ontdekking. Er werden enkele acethyleencilinders ontdekt, maar vermoedelijk waren ze bijna leeg, want ze zagen er in ieder geval niet roodgloeiend uit. Volle cilinders hadden een ramp kunnen worden. Die waren in deze temperaturen beslist geëxplodeerd met alle gevolgen van dien, en we verbaasden ons er dan ook over, dat dezen het hadden overleefd.
De ravage was compleet. Hele bulten gare irissen, verkoolde trekkers, en aan hele stapels gaas kon je zien waar de bakken hadden gestaan. Enorme stalen balken van de constructie lagen door elkaar, alsof ze met een reuze hand in de rondte waren gedraaid.
Zo rond een uur of 11.30 kwam ook Cdt. Sietses met een onthutst gezicht in burger aandraven. Hij was er juist deze dag op uit geweest en had onderweg het nieuws van de brand op de autoradio gehoord. Dat hij zo'n spectaculaire brand nou net had moeten missen, dat zat hem bar hoog, want over een paar maanden zou hij afzwaaien. Als hij toen geweten had wat de rooie haan nog meer voor hem in petto had....
's Nachts om 4 uur werd besloten dat er 10 van de 15 mannen naar huis konden gaan. Vijf bleven er achter om kleine haantjes, die het nog es wilden proberen af te maken, en om iedereen met teveel belangstelling op een afstand te houden.
Zondagmorgen om 10 uur kwam de aflossing weer opdraven om de spullen weer op te bergen en schoon te maken.
Vastgesteld werd, dat we nog nooit zo'n grote brand met zo'n grote schade hadden meegemaakt en dat ook nooit meer zouden beleven. Voor f. 4000.000,- was er plat gegaan en daar werden we allemaal even stil van. De spuitgasten wisten toen nog niet, wat hun meer boven het hoofd zou hangen.
Over deze brand werd een schrijven naar de brandweerinspectie gestuurd, die grote belangstelling toonde over al het beleefde met het tempex. Ze verzochten ons per kerende post, dat ze direct gewaarschuwd wilden worden mocht dit weer es gebeuren .....

Vorige paginaVolgende pagina

© 2001-2012 | Kistemaker NetWerk

Westfries Genootschap