Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter
- 28 -
De brandweer had er in de laatste jaren een taak bijgekregen, n.l. de
hulpverlening.
Vooral nadat de verkaveling klaar was en daar druk gebruikt van werd gemaakt
door het verkeer. Het bleek zeer verleidelijk om daar wat meer gas te geven
dan toegestaan, en de vele kruispunten werden door polderblindheid over het
hoofd gezien. De brandweer werd heel vaak te hulp geroepen bij een ongeluk,
vooral de kruising Kadijkweg/Ged. Laanweg was berucht. Er waren soms zeer
ernstige ongevallen bij, en dat ging de mannen niet in de koude kleren
zitten.
Hun grootste voldoening is dan ook, als blijkt dat ze niet voor niets zijn
gekomen en op tijd hulp kunnen bieden. Ja, beste lezer, U mag best wat
respect hebben voor die vrijwilligers die ook voor deze dingen 24 uur per
dag klaar staan.
Laten we hopen dat de burgers deze vrijwilligers nog lang voor handen zullen
hebben, en dat het niet zo gaat als bij de politie, dat er hele korpsen uit
de dorpen gaan verdwijnen.
Tot grote vreugde van de mannen kon eindelijk de centrale alarmering in
gebruik worden genomen. Alle spuitgasten liepen te pronken met zo'n kleine
ontvanger aan hun broekriem, de "pieper". Het werkte perfect, want
in no time stonden er in geval van nood 16 mannen op de stoep.
De vreugde der spuitgasten kenden deze maanden geen grenzen, want daar stond
ie opeens. Wie? Wel, de nieuwe wagen, waar we al zo lang om gezeurd en op
gewacht hadden. Een echte heuse Daf 1600 met alles er op en er an. De
spuitgasten liepen er omheen, zaten over- al aan te frunniken, keken in de
kasten en kropen eronder. Ze aaiden liefkozend het rooie geval, die dat
brommend vanwege z'n zware motor, welgevallig stond toe te laten. Hij
verheugde zich kennelijk in de opgewonden belangstelling.

De complete "set" van uw goede korps. De VW bus hulpverlening,
de gloednieuwe Mercedes duik- en hulpverleningswagen
en de grote DAF hoge- en lagedruk brandweerwagen.
Eindelijk, eindelijk voelden ze zich weer echte brandweermannen met dit
gloednieuwe stuk speelgoed. Omdat we nog in de kerkkazerne zaten, kwam ook
de opper nieuwsgierig het gemeentehuis uit om ook de wagen te bekijken. Hij
liet zich door de pyrofielen haarfijn op de hoogte stellen van alle
mogelijkheden van dit stukje vernuft. Wat een kar, wat een pracht, daar
durfden we elke rooie haan mee in de veren te vliegen. En zonder
"gemeentehoutje" konden we weer te pas en te onpas tonnen water
geven.
Vol ijver toog iedereen aan het werk om voorbereidingen te treffen voor de
16e nov. waarop de wagen officieel zou worden overhandigd door de Com. der
Koningin de heer R.J. de Wit. Daarbij zouden ook de chloorpakken,
hydraulische hulpverleningsapparaten en de alarmpiepers officieel worden
overgedragen.
Jan Remeynse, die in dit verband best genoemd mag worden, sloeg aan het
knutselen. Onze Jan leek wel wat op z'n roemruchte voorganger Jan v.d.
Heyden. Die vond ook alles uit voor de brandweer, zo ook deze Jan.
Op een aanhangwagentje werd een "nepbrandweer" gebouwd met
zwaailicht en een ouderwetse sirene. Hij bouwde er een stellage op, waar een
miezerig zuigslangetje en een keukentrapje op kwamen te staan, een
bloemengietertje, enz. De feestcommissie, de Cdt., kortom iedereen, was druk
bezig om het een onvergetelijke dag te laten worden.