Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter
- 29 -
En toen was het 16 november.
De meeste spuitgasten stonden finaal op tilt te wachten bij de garage met
het "nepwagentje" en de fonkelnieuwe, tot de bus met genodigden
bij het Dorpshuisplein zou arriveren. Daar stond ook de commandant en nog
enkele brandweermannen en natuurlijk veel publiek.
Ja hoor, daar kwam de bus, en toen hij het Dorpshuisplein kwam oprijden,
ontstond er gelijk brand met veel zwarte rookwolken, gesticht door een paar
pyrofielen. De Cdt. meldde zich per portofoon naar de wachtenden bij de
kazerne, en gaf opdracht zo spoedig mogelijk de "nepbrandweer" te
bestijgen en uit te rukken. Dat hoefde geen 2 keer gezegd te worden, en
enkele spuitgasten beklommen het gammele autootje en rukten met huilende
sirene en zwaailicht uit. Ze klemden zich wanhopig aan het wagentje vast om
er niet af te vallen, maar draaiden behouden en wel het Dorpshuisplein op,
om de ontstane brand te blussen. Doch alles verliep net even gammel als het
wagentje. Het ouwe pompie wou niet starten, slangkoppelingen bleven niet
zitten, en het trapje dreigde om te vallen. De toeschouwers genoten, maar de
z.g.n. ergernis van de Cdt. nam toe. Dat greep één der brandweerlieden zo
aan, dat hij het trapje beklom en met de bloemengieter de brand te lijf
ging. Ook dat liep op niets uit. Tenslotte wendde de Cdt. zich radeloos tot
de Commissaris van de Koningin, en uitte zijn misnoegen over de gang van
zaken. Gelukkig wist deze raad en overhandigde de sleutel van de nieuwe
brandweerwagen aan de Cdt. Toen was alles zo opgelost.
Enkele minuten later racede de nieuwe kar met de rest van de bemanning het
plein op, en werd het schuimkanon in de strijd gegooid. Spuitgasten met
chloorpakken maakten rap een eind aan de brand. De Commissaris keek er erg
van op, want dit materiaal was zo nieuw, dat hij het zelfs nog nooit had
gezien. Maar net als met een gewone brand, zo ging het ook hier, toen het
vuur geblust was, was de lol er af. Bovendien was er nog een heleboel te
doen. We moesten allemaal ons "gnappe brandweerpak" nog
aantrekken, want de voortzetting van de plechtigheden zouden in het
"Dorpshuis" plaats vinden.
Nadat iedereen gezeten was, nam de burgemeester het woord en dankte de heer
De Wit hartelijk voor alle moeite inzake de nieuwe wagen. Op de wijze van
ons eigen "Brandweermannenlied" werd de commissaris zelfs
toegezongen, wat hij zeer kon waarderen. Als dank van het korps overhandigde
de Cdt. hem een model van een ouwe polderschuit, compleet met roer en kloet.
Hij was volgeladen met planten, wat door het echtpaar De Wit zeer op prijs
werd gesteld'.
En nog was het feest niet ten einde, want toen de commissaris was
vertrokken, gingen we allemaal naar "Sarto". Daar werd de avond
vervolgd met onze echtgenotes en het voltallig gemeentebestuur, onder het
genot van een glaasje en een koud buffet.
Onze Jan moest bij de burgemeester komen en kreeg als dank voor al zijn
diensten aan het korps bewezen, de rang van Hoofdbrandwacht. En dat gunde
iedereen hem van harte. Er was een band gehuurd, die ervoor zorgde, dat we
geen wortel schoten en de feestliederen waren niet van de lucht. Dat
iedereen zich aan het eind van de avond tevreden naar huis begaf, zal U
niets verbazen.