Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter
- 30 -
Deed de brandweer die tijd nog wat anders dan feestvieren, zal de
gedachte van de lezer zijn.
Zoals eerder gezegd, er waren in die jaren geen branden van betekenis, en
daar waren we met die oude wagen niet rouwig om. Stel je voor, dat
Wervershoof hier had moeten komen om een beste brand te blussen.
Zo spoedde 1978 zich naar het einde.Maar het venijn zit in de staart, zo ook
hier.
In de vroege morgen van 31 dec. om 5.30 uur ging de pieper. Er stond een
stormachtige wind uit het Noord-oosten met ± 5° onder nul. Brandmelding
woonhuis aan de Oosterweg. De avond moor had het geregend, dus een
spiegelgladde weg, die allerlei fraaie taferelen opleverde van slippende
auto's van haastige brandweermannen. Onze brave Piet de bakker belandde met
z'n bakkerswagen in de bocht bij het Hompad in de kant, en bleef hangen
tegen een lantaarnpaal die Jan Remeynse net had geplaatst. Er was geen tijd
om de schade op te nemen en onze Piet kon net nog met een passerende collega
mee naar de brand. Nu kon de nieuwe auto laten zien wat ie waard was, want
zo te zien was het een beste brand. Het hele woonhuis stond van voor naar
achter in lichtelaaie, en dikke rookwolken en massa's vonken vlogen door de
lucht richting Kerkepad. We moesten wel wat laten zien, want tot ieders
verbazing was de opper er ook al. Compleet met stijlvolle overjas en
stropdas. Dachten wij nog wel vlug te zijn. Gelukkig was het gezin tijdig
ontsnapt en bevond zich nogal aangeslagen in café "De Toekomst".
Het huis ging totaal plat, alleen de schuur kon met veel water intact worden
gehouden. De konijnen, die het ook overleefden, konden alle nattigheid
onzerzijds maar matig waarderen.
Het was die nacht nogal frisjes, en de spuitgasten gingen zo dicht mogelijk
bij het brandende huis staan, vanwege de behaaglijke warmte. Ze stonden met
rug en billen naar de wind en vanwege het stuifwater werden ze bedekt door
een ijslaag, wat een heel fraai effect gaf, wanneer ze zich bewogen.
Gelukkig was "De Toekomst" dichtbij, en konden genoemde rug en
billen weer op temperatuur worden gebracht. In de behagelijke warmte van het
café, deden de onfortuinlijke bewoner en zijn vrouw hun verhaal.
De open haard was hier hoogstwaarschijnlijk weer de oorzaak van alle
trammelant. In het holst van de nacht, toen iedereen lekker lag te slapen,
was er door de moeder opgemerkt, dat er iets niet helemaal goed ging en ze
was gaan kijken. Vervolgens wist ze niet, hoe gauw ze de rest van de familie
uit bed moest krijgen, want een gedeelte van het huis brandde al als een
fakkel en het vuur was al bedenkelijk dicht bij de overloop van de trap.
Gelukkig kwamen ze allemaal met dekens om, veilig beneden, zijn naar de
buren gehold, en belden daar de brandweer.
Ja, ja, het zal je maar gebeuren, in een oogwenk alles kwijt. Ook anderen
vroegen onze aandacht. De fa. Burger en De Blank wilden wel es weten, hoe
lang of de stroom nog wegbleef, want ze voorzagen moeilijkheden met de
bollen in de koelcellen. Al spoedig arriveerde de gewaarschuwde elektricien,
en de kabels, die al waren opgegraven werden vakkundig buiten werking
gesteld en was ook dit euvel weer verholpen.Het was al dag geworden voordat
de brandweer naar huis kon gaan.