Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter
- 43 -
Het was op de avond van 12 okt. dat de A. C. liet weten dat er een grote
brand woedde bij de fa. Bot aan de Corn. Kuinweg.
Nog gedachtig aan de enorme brand, die daar 9 jaar terug had gewoed, wisten
de spuitgasten niet, hoe vlug ze er moesten komen. Toen ze vanaf de Hoekweg
de verkaveling inreden, wisten ze al, dat ze weer niet vroeg klaar zouden
zijn. Alweer een angstaanjagende vuurzee met dikke zwarte tempexwolken en
knallende asbestplaten.
Je staat ervan te kijken, hoe het vuur zich in het geniep kan ontwikkelen
tot zo'n vlammenzee. In zulke grote loodsen is dat dus mogelijk. Want als er
niemand aanwezig is, wordt dat pas ontdekt, als het vuur het dak uitkomt, en
de brand zich met enorme knallen van de asbestplaten en dikke rookwolken
meldt.
Bij aankomst werd via de alarmcentrale direct Wervershoof geroepen, want we
vonden dat die best nog es wat terug konden doen. Alle slangen waren weer in
gebruik en de pomp draaide op volle toeren. Een voordeel was, dat er dwars
door het bedrijf een werkstraat liep, die mooi ruim was. Er werd
krijgshaftig vastgesteld, dat het vuur toch geen kans zou krijgen om daar
langs te gaan, want dat zouden we verhinderen. Toen Wervershoof in actie
kwam, begon het er op te lijken, dat het bij de twee brandende kappen zou
blijven. Het werd echter een gevecht van man tegen vuur, dat mag U wel
weten.
Het grote nut van perslucht werd ook hier weer bewezen. Ja, het werd zoveel
gebruikt, dat er tussen de garage, waar we nu ook een eigen vulinstallatie
hebben, en de brand, druk heen en weer werd gereden, om iedereen op tijd van
verse lucht te voorzien. De gebruiksduur van een cilinder is namelijk 20
min. en dan moet er weer gewisseld worden.
Bovendien moesten al die kerels in de gaten worden gehouden. De één staat
hier, de ander daar in de dichte rook. Het kan gebeuren, dat stapels fust
omvallen of dat er stukken staal of dakbedekking naar beneden komen. En het
is natuurlijk de bedoeling dat iedereen er zonder ongelukken weer uitkomt.
Ook worden de persluchters steeds afgelost. Eindelijk kwam er toch een einde
aan de vuurzee, en konden de manschappen zich te goed doen aan een beker
snert. Deze werd aangereikt door enkele dames van de spuitgasten. Zulke
dames zijn op die momenten hun gewicht in goud waard, en worden door alle
spuitgasten op handen gedragen. Doch opeens rezen van schrik onze haren ten
berge. De pomp hield het, zonder waarschuwing vooraf, voor gezien. Dat was
nog nooit gebeurd, en wat zou dat toch wel zijn? Wat waren we blij, dat onze
collega's er nog waren, want daar sta je toch wel even van te kijken.
Een inderhaast gealarmeerde monteur constateerde, dat er in de pomp een
onnozel rubberen snaartje was gebroken. Maar onnozel of niet, het had niet
eerder moeten gebeuren. De monteur beweerde, dat dit echt een kans van 1 op
100.000 was, maar dat werd van schrik maar half geloofd. Maar goed, we
hadden weer water, en omdat de vlammen ondertussen het loodje hadden gelegd,
konden de Wervershovers weer inrukken. Natuurlijk werden ze weer hartelijk
bedankt, en dat we tot wederdienst bereid waren enzo.
Wij waren trouwens nog lang niet klaar, want de nablussing vergde ook nog
heel wat werk. Inmiddels was ook de fa. Kramer met sjofels gearriveerd en
daar gingen we weer. Het trof ons opnieuw, wat zo'n vuurzee kan aanrichten.
Grote stalen balken, die als door een reuzehand waren getorst en verbogen of
ze van stopverf waren. Door de enorme hitte waren op sommige plaatsen
stukken beton uit de vloer gespat, en ook de bergen gekookte irissen
leverden een triest gezicht op. Trouwens zo'n dure brand hadden we nog nooit
gehad, want de schade aan gebouwen en produkten bedroeg maar liefst f.
9.000.000.-.
De spuitgasten zeiden alweer zo'n dure brand krijgen we nooit meer.... Ach
laat maar zitten, wisten zij veel.