Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter
- 46 -
Het was die tijd weer erg druk, want op 19 okt. 's middags 3 uur, was het weer raak.
Brand in de stalhouderij van de fam. J. Groot aan de Dijkweg. We dachten natuurlijk gelijk weer aan
de brand, die daar zo'n 10 jaar terug had gewoed met al die wilde viervoeters. Wat zou ons nu te wachten
staan? De rooie haan stond ons al op te wachten, want tengevolge van kortsluiting was ie al lekker
bezig in de hooivoorraad op zolder. Gelukkig stonden de viervoeters nu strategisch opgesteld, en konden
deze binnendoor aan de andere kant van de stal naar buiten worden gebracht. De brandweerwagen kon bij
de buren op het erf gestald worden, en de chauffeur reed achteruit het pad op. Eén der spuitgasten
opende alvast de achterste deur van de cabine om uit te stappen. Dit had hij niet moeten doen, want
de wagen reed vlak langs een bomenrij en ..... bingo! De deur bleef hangen, de auto reed door, waardoor
de deur naar voren doorknikte en niet meer wilde sluiten. Dat ging onze Jan door 't hart, want de wagen
is het troetelkind van Jan. En de anders zo kalme spuitgast, zei op dat moment zomaar lelijke woorden,
die we niet van hem gewend waren. De schade was best de moeite, maar de brand trouwens ook, en iedereen
stortte zich daarop.
Knallende asbestplaten lieten weten waar de haan zich ophield. En zo wij al
dachten, nog heel wat van de bovenverdieping te kunnen redden, dan hadden
wij buiten de vindingrijkheid van de haan gerekend. Het vuur kroop vlak
onder het dak verder, en net als wij dachten de brand meester te wezen,
bats... 10 meter verder vloog weer een asbestplaat aan gort. Het leek wel of
de rooie een spelletje schuilkruipen met ons wilde spelen, maar wij wilden
dat niet. Daarom begaven enkele spuitgasten zich op dak met grote bijlen, en
sloegen toen alles maar kapot. (Dat mocht toen allemaal nog) Jammer van al
dat kostelijke hooi, maar anders was de hele schuur plat gegaan en nu kon
dat worden voorkomen. Van deze krasse maatregel had de haan niet terug en
hij ging terziele.
Maar dat betekende niet dat we klaar waren, want hooi geeft het nooit op. Al
wilden we de komende nacht rustig slapen, dan moest alles er uit. Wij
betreurden het dat het hooi zo hoog lag, want de heer Kramer kan een boel,
maar op zolder rijden met een sjofel, dat kan hij zelfs niet. Dus moest er
gespit worden, het degelijke handwerk zogezegd, en de grepen kwamen voor de
dag. Daar moet U niet licht over denken op Zaterdagmiddag na een week hard
werken.
De stal was toch zo'n 20 meter lang en 6 meter breed, en dan sta je daar met
je greepje. Alles moet over de kant, en je kijkt er van op, hoeveel hooi ze
in zo'n seizoen bij elkaar weten te krijgen.
Alles drijfnat, lekker tot je knieën in de walmende, broeiende bende staan.
De ruggen, armen en billen kregen het zwaar te verduren, en je loopt af en
toe stiekem te denken: wat moest ik toch zonodig bij de vrijwillige
brandweer. Maar om een uur of 9 's avonds was alles weer geregeld zoals van
ons werd verwacht.
Omdat onze hele Zaterdag naar de knoppen was, en we hard hadden gewerkt,
gingen we met z'n allen dineren in "Het Ankertje". We vonden dat
we dit dik hadden verdiend.