Kistemaker NetWerk

Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter

- 48 -

Het was de 24e okt. 1986, 17.15.
Omstreeks die tijd kwam Jan Remeynse met onze brandweerwagen aanrijden, want hij had de wagen net uit Hoorn gehaald, vanwege een controle. Zo vanuit de verkaveling overzag Jan ons wijde, platte dorp, en plotseling greep hij als in een reflex de mobilofoon en wendde zich tot de A. C. met de vraag of er al een brandmeiding was uit Andijk. Dat was er dus niet, waarop Jan verzocht of ze ogenblikkelijk de brandweer van Andijk wilden doen uitrukken voor brand in de boerderij van Arie Botman. De vlammen kwamen de nok al uit. Wat een geluk dat Jan daar net reed, want door de paniek die daar in huis en bij de buren was ontstaan, had geen mens er aan gedacht om de brandweer te bellen.
Arie, zelf bij de brandweer, was op dat moment niet thuis en moest door de pieper horen dat er brand was in z'n boerderij. Hij had de boerderij nog niet zo lang geleden gekocht, en was nog druk bezig met restauratiewerkzaamheden. Er lag net allemaal nieuw riet op het dak, en hij had er een pracht van een antieke pijp op gemetseld. Vermoedelijk had de vonkenvanger het af laten weten, of hoe het ook zij, binnen de kortste keren stond de nok in vuur en vlam. Toen de spuitgasten aankwamen stond het dak al in lichterlaaie. Er was direct water, want de wagen stond op de brug en de zuigslang kon zo in de sloot worden gelegd. Maar de sloot was al lange tijd niet uitgebaggerd en daarom zoog de slang van narigheid alleen maar prut. Zodoende kregen we de eerste minuten te kort druk, en kon er niet hoog genoeg gespoten worden om de hoge nok te bereiken.
De vuurzee was immens te noemen en ook de hitte was navenant. We keken er van op, hoe rietdekkers zulke massa's riet naar boven weten te krijgen. De stevige Zuid-wester zorgde voor voldoende verse lucht, en daar ging Botman's boerderij. De spuitgasten moesten overal tegelijk wezen. De massa's riet, die brandend naar beneden zeilden, moesten geblust worden, de buren waren bang voor hun huizen, terwijl een aanval binnen ook hard nodig was.
Het was niet nodig geweest om aan voorverkoop van kaartjes te doen, want het zag zwart van het volk. 't Is zonde om te zeggen maar brandende boerderijen en molens, die hebben iets. Het is imposant en indrukwekkend tegelijk, maar tevens natuurlijk intens verdrietig voor de bewoners. Vandaar dat de spuitgasten er alles aan deden om van Arie's boerderij te redden, wat er te redden viel. Nu had Botman met vooruitziende blik dwars door z'n boerderij een brandmuur opgetrokken en dat scheelde een stuk. Want toen de vlammen zich op het woongedeelte wilden storten, vonden zij daar vuurvaste lieden die zich op de zolder manhaftig te weer stelden. Er gingen heel wat persluchtcilinders door, die middag.
Toen het riet van het dak verbrand was, nam ook de kracht van het vuur af. Bovendien moest het, als het zich van het woongedeelte meester wou maken, tegen de wind in, en dat is nog nooit gelukt, dus deze keer ook niet. Er ging een diepe zucht op, toen we de brand meester waren.
We overzagen de puinhoop en stelden vast dat het nooit meer de oude boerderij zou worden. Maar anderzijds was er toch genoeg overgebleven wat de moeite van het restaureren waard zou zijn. En Arie toonde zich een waardig nazaat van de Botmannen en toog aan de wederopbouw, en nu staat er weer een huize Botman, wat er wezen mag.

Vorige paginaVolgende pagina

© 2001-2012 | Kistemaker NetWerk

Westfries Genootschap