Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter
- 61 -
Dat kon gebeuren, 2 maanden later al in de nacht van 27 aug. om 1.35 u.
Een bewoner van de Kleingouw had om die tijd geuren en geluiden waargenomen,
die er niet hoorden te zijn, en hij ging op onderzoek uit. Tot z'n grote
schrik constateerde hij, dat er in het bedrijf van Arjen Smit iets niet goed
ging. Knallende asbestplaten en dikke rookwolken bewezen dat. Hals over de
kop meldde hij het aan de A.C. en aan buurman Smit. Enkele minuten later
stormde de brandweer het Westen in, en stelde bij aankomst meteen vast, dat
hier werk aan de winkel was. De stevige Zuid-westen wind zorgde voor veel
verse lucht, en de gevolgen hiervan, dikke rookwolken en massa's vonken,
maakten de buren ongerust. Omdat het brandende bedrijf nogal heel wat
aandacht vroeg, werd besloten om onze trouwe makkers in de nood, Wervershoof
dus, maar es terug te vragen.
Denkende aan de goede connecties die ze met ons hadden, haastten ze zich
naar Andijk. Zij konden o.a. de buurt aan de Kleingouw beschermen. Wegens de
natte zomer van '88 was de sjalottenoogst nogal vochtig van het land
gekomen. Om alles nu weer wat droog en behandelbaar te krijgen, had de heer
Smit tegen de buitenmuur hetelucht kanonnen voor de ventilatoren geplaatst.
En daar was de brand mee begonnen.
Welke van deze apparaten van z'n plaats is geraakt, was moeilijk uit te
maken, maar tezamen met wegstromende brandstof zag de rooie haan een unieke
kans, en benutte die goed. In het bedrijf bevond zich ook nog veel
verpakkingsmateriaal, want ook best wou branden. Van binnen en van buiten,
werd de brand op volle kracht bestreden. Er kon nog wat materiaal gered
worden, maar voor de sjalotten zag het er triest uit. Het tempex brandde
natuurlijk weer het hardst, en dat materiaal werd hardgrondig door de
spuitgasten verwenst.
De klok wees ondertussen 2.45 uur. aan, toen de brand grotendeels was
uitgewoed. Wervershoof kon wel weer na huis gaan, na de gebruikelijke
bedankjes en groeten. Vervolgens werd de heer Kramer uit bed gebeld, want
alle rommel moest nog worden opgeruimd, en dan is een sjofel onmisbaar.
Tot onze grote verrassing kwam Mevr. Swagerman koffie brengen, en Piet de
bakker had nog koek in z'n auto. Er gingen al stemmen op, om Ietje van Har
maar tot erelid te benoemen, zo lekker smaakte de koffie. Intussen was ook
de heer Kramer gearriveerd met sjofel, en toen ook hij was voorzien van
koffie en koek, werd de nablussing aangevat.
De bergen sjalotten die binnen hadden gelegen, lagen een paar uur later
buiten. Toen vast stond, dat er geen rooie hanen meer over waren, konden ook
wij inrukken. Stinkend als verbrande berehappen met teveel uien zochten we
eerst onze douches op.