Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter
- 63 -
En het korps volgde ondertussen steeds weer nieuwe cursussen.
In het verleden waren er chloor- en gaspakken aangeschaft, waar we toch goed
mee hadden geoefend, en dachten er goed mee om te kunnen gaan. Fout, zei het
Ministerie van Binnenlandse Zaken. Helemaal fout. Jullie rotzooien maar wat
aan, daar moet een cursus voor worden gevolgd. Leren en oefenen, weten waar
je mee bezig bent. En dus werd er geleerd en geoefend, ook in regio verband
met andere korpsen. Met een chloorpak zomaar van binnen naar buiten lopen,
dat mocht niet meer. En het was waar. Zoals het in die nacht was gegaan met
de geklapte transformator bij het P.W.N. dat kan ook niet. En met het oog op
steeds meer gevaarlijke stoffen die vervoerd en opgeslagen worden, moest dit
soort risico's worden voorkomen.
Het gaat nu heel anders. Er wordt een grote knalgele tent opgeblazen met 2
kamers om je te verkleden. Er is een speciaal gangpad naar buiten,
onderbroken door een douche, om bij terugkeer eerst de gevaarlijke stoffen
er af te spuiten. Het afvalwater wordt naar een tank gevoerd, zodat het de
omgeving niet besmet. Dan moet je in de andere kamer op een speciale
ondergrond het gedragen chemie- of chloorpak uittrekken, wat wordt ingepakt
en afgevoerd. Alles is nu tot in de puntjes geregeld om voor alles en
iedereen de hoogste veiligheid te waarborgen.
Zo'n tent is bezit van de hele regio, want zoiets is te duur voor Andijk
alleen. Jawel, belastingbetaler, Uw korps is duur geworden vergeleken bij
zo'n 50 jaar terug.
We gaan weer es kijken of het nog wou branden. Jawel, op de 3e april '90, 's middags om 13.45 werden alle pyrofielen spoorslags naar de fam. v.d. Heuvel aan de Dijkweg, vlakbij de Idenburgschooi, gepieperd.
Het was de moeite wel, want toen we heen reden, zagen we in het Oosten al dikke zwarte rookwolken de lucht in gaan. Wat was er gebeurd? Door een mankement aan de C.V. kachel, was die zelf voor pyromaan gaan spelen, en zette op korte termijn de boel op zolder in lichtelaaie. Mevr. v.d. Heuvel, die alleen thuis was met 2 kleintjes, wilde wel es weten wat al dat lawaai boven te betekenen had. Maar de aanblik van de brand verbijsterde haar zo, dat ze even later van barre ellende het nummer van de brandweer niet kon vinden.

Werden alle "pyrofielen" spoorslags ontboden bij de fam. Van de Heuvel bij de Idenburgschool.
Ze haastte zich met de peuters en de 3e op komst, naar de buren, die direct
de brandweer belden. Maar met al dat tijdverlies, en riet onder de pannen
had de brand al goed huis gehouden, voordat de brandweer arriveerde. Een
buurvrouw verweet ons luidruchtig, dat we veel te laat waren, het leek
nergens op, en het werd tijd, zo betoogde ze, dat we es wat vlugger werden.
Wij stortten ons bij aankomst direct op de brand, was er was nog heel wat te
redden. Via de achterdeur, konden de persluchtploegen de trap op, en
bestreden daar het vuur. Ook van buiten af, werden er de nodige tonnen water
op gespoten. De dikke rookwolken belemmerden het les geven op de
Idenburgschooi zodanig, dat meester besloot tot evacuatie van z'n leergrage
kroost. Ze werden allemaal in meester's woning ondergebracht, en moesten
daar tot hun grote verdriet, het verloop van de brand afwachten. Meester
wilde niet, dat zij de spuitgasten voor de voeten zouden lopen.
Er deed zich nog een merkwaardig verschijnsel voor. De genoemde tonnen
water, die kwistig de slangen verliet, hoopte zich op rond de woning. Ook
het pad naar het huis verdween onder het vocht. Er was in het pad een
waterleidingput aanwezig, met om duistere reden, een houten deksel. En
ziedaar, een herhaling van 50 jaar geleden, volgde. Het deksel dreef weg, en
een nogal stevige brandweerman, die net een extra straalpijp zou halen,
miste de boot, of in dit geval het deksel. Ook hij werd tot z'n
verbijstering nog maar half zo groot.
Omdat er tijdens de keuring door de dokter was gezegd, dat hij moest
afvallen, dachten wij dat hij een snelkuur had ondergaan. Doch al snel
herinnerden we ons het houten deksel, en ging er een niet meelevend gelach
op. Onze Piet Tjem, want die was het, betreurde het schampere gelach, en zei
heel lelijke woorden terug. Ondertussen was de boerderij van binnen en
buiten flink behandeld, en het leek er op dat de brand uit was. En zoals
altijd, was ook hier de puinhoop niet te beschrijven. Van het dak waren
alleen de zwartgeblakerde sparren nog over. Beneden had dan wel geen brand
gewoed, maar hier was alles doorweekt.