Samen nei de brand (Brandweer Andijk 1945-1995)
W. Gutter
- 69 -
Na de laatste grote brand van jan. '92 werd het stil, want er zijn geen
branden van betekenis meer geweest.
Dat drukt sommige brandweerlieden terneer. Ja, ze lopen zelfs te mopperen
over een tekort aan branden. "Nou hewwe we van alles in huis, we
oefenen ons een slag in de rondte, en d'r is nooit es brand." Dat moet
U ze niet kwalijk nemen, beste lezer, ze wensen U natuurlijk geen brand toe,
maar ze zijn gewoon bang dat ze het zullen verleren.
Aan actie ontbreekt het ze niet, want ze oefenen nu zelfs iedere week. De
oudgedienden weten nog van 1 keer per maand oefenen, en dan kwam niet eens
iedereen. Ook deed je dan altijd hetzelfde. Slangen uitrollen en water tot
het verdeelstuk. Niet verder, want dan werden de vlasslangen weer nat, en
het duurde zo lang voordat die droog waren. Nu hebben ze allerlei
onderdelen, waar regelmatig mee geoefend moet worden.
Neem nou het duiken. Je moet goed weten waar je mee bezig bent, anders
gebeuren er nog meer ongelukken. Onze brave Piet Tjem Rusting kan erover
meepraten. Ja precies, dezelfde man, die ooit een landmijn onder water vond.
En ook dezelfde, die plotseling zo klein was in die waterput.
Deze gast overkwam zoiets vreselijks. Want toen hij aan het oefenen was met
duiken en z'n mondstuk naar binnen zou schuiven, verloor hij in 6 m. diep
water z'n kostbare mondprothese. Het zal je maar gebeuren, dat je als 46
jarige naar beneden gaat en als 80 jarige boven water komt met zo'n ouwe
mannemummelbekkie. En hoe ze ook zochten, en al hun vakkennis aanwendden om
Piet Tjem weer aan z'n gebit te helpen, het lukte niet.
Tot hun schande moet gezegd worden, dat al z'n collega's brulden van het
lachen. En toen de gedupeerde zonder gebit, over genoemde pret z'n misnoegen
uitte, kende de hilariteit helemaal geen grenzen. Maar tanden of geen
tanden, ze blijven oefenen.
Ze "persluchten" in kleine en hele grote objecten. Ja, ook in de
reusachtige kelder en onderaardse stikdonkere gewelven van P.W.N. en W.R.K.
't Is daar zo groot en volslagen donker, dat ze speciale lijnen meenemen, om
toch vooral de weg terug te kunnen vinden. Ze rennen daar rond in
luchtdichte "maanmannetjesachtige" chloorpakken, bij
"rampen" met gevaarlijke stoffen.
Weer anderen verrichten metingen om te zien, hoe gevaarlijk het misschien
voor U kan zijn. Ze doen er alles aan om bij te blijven. Zo goed zelfs, dat
ze laatst van een "hoge" beroepsbrandweerman een compliment
kregen, omdat ze zo voortreffelijk met alles konden omgaan. Kijk, dan hoor
je het ook es van een ander. Als al die ouwe voorgangers dat nog es konden
zien, zou het water hun om de tanden lopen. Doch ze zouden er ogenblikkelijk
toe overgaan om te vertellen, hoe zij lang geleden, met zo'n 2e rangs
autootje en 1 slang en een straalpijp, knoerten van branden blusten. Maar of
het toen was, of nu, het waren en blijven hobbyisten: "Pyro, pyro,
omnia pyrofylum est". Zo luidt een ietwat veranderde Latijnse
wapenspreuk. (Speciaal voor de Andijker Brandweer). Hetwelk betekent:
"Vuur, vuur, ze zijn er allemaal gek op".