Kistemaker NetWerk

 
Delen :


rss

Kistemaker Archief »

Andijker historie herleeft dank zij Piet Kistemaker
(Uit: Onze Krant Enkhuizen, 21 maart 1978)

Iets over de ruilverkaveling

ANDIJK — Als er één man is, waar Andijk met recht trots op mag zijn, dan is het toch zeker Piet Kistemaker, een man die zijn weetje wel weet. Geboren en getogen Andijker is hij 76 jaren jong, want jong is ie en kras, nou reken maar.
Piet werkte, na vijf jaar de lagere school te hebben doorlopen, voor zijn vader, die tuinbouwer was. Daarna was hij veertig jaar kruidenier en thans is hij emeritus, om zijn eigen woorden te gebruiken.
Jarenlang al is Piet Kistemaker helemaal bezeten van historie. Genealogie is een verwoede hobby van hem. Alles wilde hij weten van zijn dorp en de mensen die er woonden. Hij begon met snuffelen in de archieven van de Buurtjeskerk, maar om de zaak nog haarfijner uit te pluizen, zag hij zich toch genoodzaakt een herhaaldelijke forse duik te wagen in het provinciaal archief in Haarlem. 50 families kent Piet Kistemaker tot in de finesses en door de eeuwen heen.

Piet Kistemaker, de historische vraagbaak, in hoogst eigen persoon.

Piet Kistemaker, de historische vraagbaak,
in hoogst eigen persoon.

Boeken

Wat als krante-artikel bedoeld was, groeide uit tot een pittig boekwerk „Met sprongen door de Andijker historie” met illustraties van Maarten Oortwijn uit Purmerend. Daarna ging hij op jacht naar oude ansichten rond het dorp, welke werden vereeuwigd in „Andijk in oude ansichten” en „Kent u ze nog die Andijkers”. Daarna volgden nog twee lang niet onverdienstelijke werken „Westfriese Geslachten Mantel” in samenwerking met Piet Boon en een werk over het Westfries geslacht Kooiman.
Ook verzamelt hij foto's van vooraanstaande typen, die knipt hij uit de krant en maakt er een levensbeschrijving bij. Piet is dan ook zo'n beetje de wijsgeer van Andijk en als iemand iets niet weet, dan is het altijd: „Ga maar effies bij Piet langs, als die het niet weet, weet niemand het”.
Piet Kistemaker staat intussen als historicus vereeuwigd in de Winkler Prins. Hoe dat gekomen is, weet hij zelf ook niet, maar het wordt gewaardeerd, da's hem zo aan te zien.
Piet Kistemaker weet zóveel en bezit een heel vertrek vol archieven berstens vol historische documentatie, moeilijk om dan zomaar een onderwerpje bij de horens te vatten. „Laten we het vandaag maar eens over de ruilverkaveling hebben”, opperde Piet, „da's steeds aan de orde.
Affijn, vroeger was hier alles veeteelt tot ongeveer 1850, landbouw was er praktisch niet. Maar ja, welig tierde de gezinsuitbreiding, er ontstond uitbreiding van land- en tuinbouw en de bedrijfjes werden vanzelf al kleiner. Er werd kleiner en intensiever gewerkt en ook was er sprake van emigratie.
Van veeteelt werd het accent verlegd naar zaadteelt en aardappelteelt, na 1900 werd gestart met de bloembollenteelt. Dit laatste kende een bloeiperiode tussen 1920 en 1930, daarna donderde de Newyorkse beurs in elkaar en werd de boel gesaneerd. Steeds moeilijker werd het voor de kleine bedrijfjes om het hoofd boven water te houden. Tot de oorlog was het bar slecht gesteld met alle teelt.
Zodoende werd van overheidswege besloten de Grootslagpolder te verkavelen. De vaarpolder werd een rijpolder, protesteren hielp geen zier, het gebeurde toch. Alle sloten gingen dicht en het land werd opnieuw verkaveld. Het stemrecht werd aan de grond gebonden, de groten hadden 't voor het zeggen en de kleine bedrijfjes werden pardoes een kopje kleiner gemaakt.
De oudere tuinders werden gesaneerd en de jongeren gingen aan de pendel met de Hortsik richting Zaan op naar de fabriek en op naar de prikklok. Dat was psychologisch een klap die niet licht te verwerken was, hun zelfstandigheid en waardigheid waren voor eens en voor altijd weggevaagd.
Natuurlijk is het nieuwe systeem uit puur economisch oogpunt stukken beter, de boer kan zijn land nu met het grootste gemak bewerken uitgerust met hypermoderne apparatuur. Daar kon de kleine man van weleer met zijn primitief gereedschap van schop, greep, klauw, schraper en troffel lang niet tegen op.
Maar ja, met alle modernisatie is de romantiek en het landelijke van vroeger wel ter ziele gegaan.
Vroeger was alles water en zag je de schuitjes in rustieke optocht voorbij glijden, dan weer met de kloet, met gunstige wind op de zeilen. Elk voer 's ochtens om 6 uur van de dijk naar zijn eigen bedrijfje en 's avonds klokke zes weer terug.

Aan die tijd, hoe hard die ook was, denken we toch altijd weer met een zweem van nostalgie terug, maar je kunt er ook weer niet al te lang bij stilstaan. Je kunt de klok nu eenmaal niet terugzetten en je moet bovendien de positieve kanten van deze tijd ook onder ogen zien. En met die tijd moet je meegaan, of je wilt of niet. De tand des tijds is immers onverbiddelijk”.


© 2001-2017 | Kistemaker NetWerk | Sitemap

Westfries Genootschap