Kistemaker NetWerk

 
Delen :


rss

Religie » Vijf-en-zeventig-jarig bestaan Gereformeerde Kerk » Pagina 19-26

Hoofdstuk II

Wie als Voortrekkers kunnen genoemd van de nieuw gestichte gemeente. Hoe deze stichting werd begroet, en welke moeiten ze hadden te doorworstelen.

Men schreef het jaar 1836 toen de gemeente is gesticht, en naar alle waarschijnlijkheid heeft het plaats gehad op den 15den dag van de maand October. Daar het eerste notulen boek van onze gemeente zoek is geraakt naar alle gedachte bij een advokaat te Amsterdam, met wien de kerkeraad na verloop van eenige jaren een rechtzaak heeft doorgemaakt (wat later wel nader blijken zal), zoo is tot onze spijt veel belangrijks van het bestaan der gemeente der eerste jaren voor ons verloren gegaan, 't welk wij nu niet kunnen melden; wat wij nog verhalen kunnen moest opgespoord uit het ledenmaten boek en wat we door vragen en zoeken hier en daar konden te weten komen.

Naar alle gedachte is het ledental met de stichting niet groot geweest, ten minsten niet veel personen staan geboekt als lid die door belijdenis den 15 October 1836 zich bij de gemeente aansloten.

Slechts 7 manspersonen staan geboekt op dien datum, en we kunnen ten deze niet van éèn vrouwspersoon met zekerheid melding maken. Toch kan het wel zijn dat er direct vrouwspersonen door belijdenis zich hebben aangesloten bij de nieuw gestichte gemeente. Want ziet men het ledenboek in dan krijgt men den indruk dat ze met jaartallen noemen enz. wel wat zuinig te werk gingen, onmogelijk acht ik het zelfs niet, dat de eerste dagen als de man vermeld staat als door belijdenis aangesloten de vrouw van dien man ook met hart en ziel bij de gemeente zich voelde en als lid werd beschouwd. ja dat er zelfs kinderen van zulk een echtpaar mee opgingen ter godsdienstoefening.

Gaat men het ledematen boek na van 15 October 1836 tot en met 28 juli 1846 dan ziet men er 26 manspersonen geboekt staan en 19 vrouwspersonen met name aangegeven en 54 kinderen.

Als voortrekkers of als eerste leden der gemeente kan men noemen, Klaas Tensen, Jan Kalmijn die later naar Noord Amerika is vertrokken 1), Pieter Brouwer, die later van de gemeente is afgegaan, Mathijs Schoen die toen ter tijd heel onder Enkhuizen woonde, Jakob ten Oever, Pieter Zwagerman, Dirk Zwagerman, Klaas ten Oever. Wellicht kunnen er meerderen zijn geweest doch die niet met zekerheid kunnen genoemd worden. 't Kan zijn dat er ook nog een Klaas Dijkman bij was, want toen we voor enkele jaren informatie hebben trachten te verkrijgen van dien tijd aangaande de kerkelijke gemeente is ons meegedeeld, dat naar gedachte Klaas Tensen, Jan Mantel, Mathijs Schoen en Klaas Dijkman de eerste leden van den kerkeraad zijn geweest.

De gemeente die gesticht was bestond uit verschillende personen, wier gevoelens en gedachten niet van allen even paralel of gelijk waren, want is voorheen reeds gezegd dat er ten tijde van meer verval der Hervormde Kerk 3 groepen ontstonden, twee van die 3 groepen waren ten deele bijeen gekomen met de stichting der gemeente, namelijk de groep de zoogenaamde kooilui en die groep die meer op het standpunt van 1834 stond, en naar men uit het een en 't ander kan opmerken heeft dit zich in het vervolg der eerste jaren laten gevoelen.

Zeer vele onderlinge gesprekken, waarin men het niet eens was over het een of ander punt gaven aanleiding tot soms wel heftige twistgesprekken. Jaren lang is het wel merkbaar geweest. De beschouwing van den kinderdoop is ook een punt geweest van verschil welke beschouwingen nog al eens ver uit elkander liepen. Ja de beschouwmg van den kinderdoop is bij onderscheidene personen zoover gegaan dat ze zich niet bij de gemeente aansloten, zelfs zoo dat die eens lid was geworden zich onttrok of om die reden van de gemeente is afgesneden.

Ja, w. br. en zuster! wellicht zijn er onder ons wel die denken, wat zal die eerste saambindihg in elk opzicht een saamgevoel, een eenheid gegeven hebben, daar ze voorheen waren als ten tijde toen Isrel zonder koning was, en een ieder deed wat recht was in zijn eigen oogen, maar nu geordend waren en verbonden door zulk een gewenschten, en door God gewilden band, als broeders en zusters van een en hetzelfde huis. Wel zullen we mogen aannemen dat de stichting der gemeente tot ware hartelijke blijdschap zal gestemd hebben, maar bedenk dat dit nog niet insluit dat alles daarna in elk geval een was en de gemeente flink en voorspoedig opgroeide.

Neen, bedenk dan ten eerste dat die personen hoewel er een sterke begeerte in hun hart was om in elk opzicht tot Gods eer te leven en naar Zijnen wil te handelen, ze toch waren en bleven onvolmaakte en gebrekkige menschen, in wier hart ook nog zoo licht zelfs booze neigingen en hartstochten zich openbaarden.

De gemeente van Christus mocht ook hier geplant zijn, de kerk tot openbaring gekomen zijn, toch ervoer ze het in zoo velerlei opzicht dat zij een strijdende kerk was op aarde.

Dat er moeite was te doorworstelen heeft ons bij eenig indenken niet te verwonderen; want ga maar ten eerste na wat we zoo even noemden, het volmaakte hebben we aan deze zijde van het graf niet, geroepen zijn we immers steeds te strijden, den strijd aan te binden, en dan niet alleen tegen de zonde die in ons is overgebleven, maar ook tegen de listige aanvallen des duivels en die der wereld. Voorts bedenke men dat velen die tot de gemeente overkwamen niet ontwikkeld waren in menig opzicht, dat ze veeltijds behoorden bij de eenvoudigen, bij de armen en niet edelen, gelijk ook in de H. Schrift voorkomt „niet vele rijken niet vele edelen.”

Ook vergete men niet dat het dikwijls uitgetredenen waren uit een kerk die in verval was, wat ook op hen in menig opzicht het stempel had gedrukt; neem maar, b.v. „niet opgevoed onder een zuivere leer, geen degelijke onderlegde Dogmatische kennis opgedaan, geen begrip van eenig kerkverband ingeprent, geen oordeel over verschillende vraagstukken gevormd,” enz.

Dezen of zulken kwamen nu in het leven op kerkelijk terrein voor de werkelijkheid te staan om zelfstandig op te treden en om hun licht te laten schijnen, te verwonderen heeft het ons niet, neen! bij indenken zeggen we immers kan het wel anders? dan dat de gemeente hier en elders, en als een geheel met moeiten had te kampen en den strijd had te strijden?

Wilt ge eenigzins ten deze een bevestiging door feiten van het genoemde, dan verwijs ik u even naar de handelingen van eenige der eerste Synodes der Chr. afgesch. Geref. Kerk. Zoo lezen we 1836 te Amsterdam gehouden van 2 tot 12 Maart, aanwezig 5 Leeraars en 11 Ouderlingen. Gehouden op de Baangracht op een bovenkamer van het huis dat „de drie fonteinen” tot opschrift had, daar vinden we reeds al dat een Dominée werd afgezet wegens onzedelijke handelingen; dat deze Synode een adres zond aan den Koning waarin zij protesteerde tegen de meening dat ze zich van de Gereformeerde kerk afscheidde, en nieuwe genootschappen oprichtte. Knielende in het gebed was deze vergadering begonnen, en werd met de bediening van het H. Avondmaal besloten.

1837. Synode te Utrecht gehouden 21 Sept.-11 October. De vergadering duurde van 's morgen 8 uur tot 's avonds 9 uur 't was in de hitte der vervolging, dag en nacht stond voor het gebouw bij den ingang een schildwacht met een geweer om niemand boven het 20 tal toe te laten, Zij aten en dronken en sliepen gemeenschappelijk in dezelfde vertrekken. Al den tijd, 14 dagen lang moesten ze bij elkaar blijven binnen het gebouw om niet door den schildwacht te worden afgewezen, indien ze buiten waren. Niet slechts in de vergadering, maar ook bij het ontwaken en bij het slapen gaan deden ze knielend met elkander hun gebed. En toch (zegt v. Velzen) in deze Synode heerschte tot het einde toe groote verdeeldheid. Tusschen de Cock en Scholten b.v. verschil over de practijk van den kinderdoop. Dat verschil werd door geschriften openbaar gemaakt. De Cock wilde ook kinderen van doopleden gedoopt hebben, Scholten niet. Op aandrang van Scholten nam men een nieuwe kerkenordening aan bestaande uit 11 art. (hierdoor verviel de Dordsche kerkenorde.)

In Overijsel, Drenthe en Groningen werd de nieuwe kerkenordening verworpen. Die kerkenordening was een der oorzaken van het ontstaan van de Gereformeerde kerk onder 't kruis.

Na deze Synode zonderden 10 gemeenten zich af, schoon geen Leeraar bij haar was.

1840 Synode te Amsterdam geopend 17 Nov. Men keerde tot de Dordsche kerkenordening terug. Ledeboer kwam ter vergadering en kreeg n.b. stem en zitting. Na deze Synode ontstond scheuring tusschen Noordelijke en Zuidelijke. De noordelijke onder v. Velzen en de Cock. De zuidelijke onder Scholten en Meerburg. Scholten schuldig verklaard aan laster en scheurmakerij. De Cock en Ledeboer afgezonden om hem tot berouw te brengen, Scholten bekende geen schuld en werd geschorst. Op die Synode was Brummelkamp voorzitter.

1843. (Roovers Synode) te Amsterdam. Een poging tot hereeniging gewaagd. Maar spoedig sprong de vergadering uiteen. Twist over de Dordsche kerkenordening. Hooggaande twist over de erkenning van sommige Leeraars. Den tweeden dag verliet Scholten met 19 Ouderlingen de vergadering. 23 waren gebleven, maar ook zij bleven nog oneenig. Hierin waren ze het eens dat men geen Synode kon houden en beteren tijd moest afwachten. Men ging onverrichter zaken naar huis, nadat men nog knielend had gebeden.

Genoeg hiervan, men ziet was er een afscheiding ontstaan, opdat de zuivere prediking naar het evangelie mocht plaats hebben, en de sacramenten gebruikt worden, dat er nochtans veel gestreden, veel gebeden moest worden.

Gaat, men van veel plaatsen de historie na hoe het is gegaan met de afscheiding, dan ziet men niet alleen dat er binnen moeite was, maar ook dat men van buiten den leden en aanhangers der Gereformeerde afgescheiden gemeenten moeite en leed aandeed.

Hevige vervolgingen hadden er met dat volk plaats in die jaren in ons vaderland, zulke die men thans zelfs niet kan indenken, zoo erg, dat het eerst moet gelezen of wel verteld worden. Van veel dat elders werd beleefd, b.v. dat men soldaten gehuisvest kreeg - dagen achtereen - welke dan dikwijls brutaal en ombarmhartig optraden of gedaagd voor het gerecht en tot vele guldens geldboete werd veroordeeld, ja in de gevangenis gezet of mishandeld enz., gelukkig kan men van zulke feiten bij het ontstaan der afscheiding hier in de plaats onzer inwoning geen melding maken.

Maar nu moet men niet denken dat de liberalen of Hervormden aangaande deze beweging allen Gallio's waren en niets van die dingen zich aantrokken. Vijandschap werd men wel gewaar en huisvestte zeer wel ook bij hen, zoo wel als op andere plaatsen, maar het kwam niet zoo erg tot uiting. De verachting, de beschimping die men toen kon opmerken, hooren en gadeslaan bewees genoeg hoe ook hun gemoed gestemd was. Mij werd verteld hoe wel gepoogd was om de afgescheidenen of fijnen, met welken naam ze werden genoemd, omver te loopen en dan den schijn te geven als of het bij ongeluk ging. Niet tevergeefs moesten er luiken voor de ramen in de eerste Gereformeerde kerk alhier zijn, want anders werden de ruiten stuk gegooid.

Ook hier werd wel openbaar de voortzetting van den strijd die reeds in 't Paradijs was begonnen door Satan en wereld, van het zaad der vrouwen dat der slang. Hierop ziende, broeders, versaagt, verflauwt niet, houdt moed. Want, het zaad der vrouw zou de slang overwinnen; denkt aan wat er staat in Ps. 48: 6,

Want deze God is onze God,
Hij is ons deel, ons zalig lot
Door tijd noch eeuwigheid te scheiden;
Ter dood toe zal hij ons geleiden.

1) Deze werd ook wel Piet Veen genoemd, welken naam hij tijdelijk had aangenomen. Hij was uit Zeeland als deserteur, ten tijde der Franschen overheersching - Napoleon - ongeveer het jaar 1812 hier gekomen. Toen deze overheersching een einde had genomen, durfde hij weer vrij voor den dag komen, hetwelk een groote verademing voor hem was. Er werd toch naar hem gezocht en dagen achtereen is hij verscholen geweest alhier in de polder in een rietbosch. Hij heeft wel met de Mazereeuwers omgang gehad doch kon zich niet met hunne stellingen vereenigen. Bij de stichting der gemeente heeft hij zich bij ons aangesloten. Van hier is hij naar Amerika vertrokken met een zeilschip welke reis naar mij meegedeeld is ongeveer 3 maanden heeft geduurd.


© 2001-2017 | Kistemaker NetWerk | Sitemap

Westfries Genootschap