Groei en Bloei van de geschiedenis van Andijk
Piet Kistemaker Sr.
10. Van veeteelt naar akkerbouw
Een kint uyt de Mosseltuyn
'Op 14 December 1755 te Bovenkarspel
gedoopt een kint uyt de Mosseltuyn,
vader Jan Claesz. Donker, moeder Tryntje
Pieters' Hof, 't kint Pieter. Peet: Aefje
Crelis' vrou van Jan Palesteyn uyt de Koy
van Andijk.....'
Van de droge bladen van het doopboek, waarin deze mededeeling staat opgetekend, ja,
geteekend, dwalen onze gedachten weg naar den Mosseltuin, die nu nog zoo heet, waar
vroeger menschen woonden. De Mosseltuin, een stuk bouwland midden in den polder 't
Grootslag, waar ze tulpen op bouwen of boonen of uien of piepers, jaar aan jaar.
Eens hebben daar menschen gewoond en gewerkt. Daar klonk kindergeschrei, daar zong een
moeder een wiegelied, ding-dong-deine. Daar speelden lachende kinderen buiten, daar riep
een vader ze naar binnen tegen etens- of bedtijd. Daar snikte een moeder bij het lijkje
van haar kind, daar stond een gebroken man, toen de moeder stierf.
Nu is daar niets meer van, alles weg, stil vreemd.
Er wordt een nieuwe weg gemaakt, een nieuwe sloot gegraven.
De schop stuit op iets hards, beenderen komen boven, een skelet wordt uitgegraven. Wie was
die man? Hoe kwamen ze er bij, daar een mensch te begraven, zoo midden in den wijden
polder? Woonden hier meer menschen? Waarom is die doode man niet naar de kerk of naar het
kerkhof gebracht? Was het een soldaat, 'zeven-stuyvers-menschenvleysch'? Of een Heyden,
die rooven of stelen wou daar bij die boeren, die daar zoo eenzaam woonden achter in 't
veld? Is daar in de duisternissen een moord geschied? Niemand die er iets van weet,
onbekend, duister, vreemd.
Dicht bij de Mosseltuin wordt een sloot verbreed. Er worden scherven gevonden, steenen,
groote moppen. Friesche gele, hardgrauwe, heele stukken fundament met harde mortel, een
uiterste hoeksteen, brokken dakpannen, gebroken vaatwerk, scherven, scherven zonder tal!
Groen, geel en bruin verglaasd en dooraderd liggen hier de resten van het huisgerei dat
talloos vele malen met zorg is omgewasschen en zorgvuldig afgedroogd. Kapotte tegeltjes en
scherven van kruiken, kannen, testen en vergieten zijn hier en ginds verspreid en hoeveel
van die scherven behoorden niet tot groote sierborden met bloemen en Chineesche motieven.
Eens hebben zij den wand van een boerenkamer opgepronkt.
Wanneer was dat? Is het al heel lang geleden? Want hier hebben menschen gewoond, dat is
duidelijk. Niemans weet er wat van, is het zoo ver terug? Vreemd.
Hoe kwamen ze er bij om hier te gaan wonen? Er is geen weg naar toe. Was dat vroeger dan
anders? Of moest alles met de schuit? Hoe moesten die kinderen naar school? Of bleven ze
maar thuis? En naar de kerk? En als er eens een ziek werd of stierf? Hoe hielden ze het
hier uit?
En toch, wat een pracht-plekje om hier te wonen, zoo vrij als een vogel! Het land ligt
hier hoog, naar den dijk toe ligt het lager. Bij hoog water en ongunstigen maalwind kon
dus dat lage land desnoods een wijde plas worden, het deerde niet, de Mosseltuin bleef wel
droog. Hoe zal de Noordwester in zoo'n herfst om het huis hebben gehuild! En wat duurde
het lang eer het dan voorjaar werd! Maar die oude Andijkers waren voor geen kleintje
vervaard! Wanneer was het toch dat zij leefden? Lang geleden? Hoe lang eigenlijk?
Geen mensch die er iets van weet, vreemd! Een paar zinnetjes uit een oud doopboek:
'Barent, sone van Eldert Crynsz. ende Cornelisje Cornelis' uyt de Mosselbanc.'
Dat was 30 Januari 1701. Hoe het voor 1700 was weet ik niet. Voor mij is Eldert Crynsz. de
eerste bewoner van de Mosseltuin. Lang heeft deze Barent niet geleefd, want op 16 July van
het volgende jaar wordt er weer een Barent gedoopt en verder is er niets meer te vinden,
niets meer. Is moeder Cornelisje toen ook gestorven? Wat zal zij daar in eenzaamheid
geleden hebben. Zij bewaarde alle deze dingen in haar hart.
Waar is Eldert Crynsz. heengetrokken? Is de Mosseltuin tijdelijk weer bewoond gebleven?
Niemand weet er van.
Maerten Jansz. Kruyer was de tweede, Die was al niet zoo jong meer. Toen hij in 1722 op de
Mosseltuin kwam, was hij al ruim 25 jaar getrouwd en dus om-ende-bij de vijftig. Op 8
Januari 1696 was hij met Aef Jans' getrouwd en zij had hem zeven kinderen geschonken. Ze
woonden op de Boede, Bakkershoek. Maerten Kruyer was een achtbaar lid van Buurtje's kerk:
in 1713 werd hij diaken en in 1720 ouderling. Een ouderling die wel regeerde, zooals uit
de notulen blijkt. Maar nu hebben we het over de Mosseltuin.
Toen Maerten Kruyer's oudste zoon, Pieter Maertensz., trouwde met Geert Pieters' en dat
was op 25 Januari 1722, trokken de ouelui naar de Mosselbanc, zooals die toen nog heette.
In de lidmatenlijst van Ds. Joh. van Heyck van 1723 worden Maerten Kruyer en Aef Jans' het
allerlaatst genoemd, na Koy Rendert en Koy Pitter, die in de vogelkooi in de Horn woonden.
Was de Mosselbanc dan toch langs een paadje over de Oue Wal te bereiken? De Oue Wal een
oude waterkeering, een zomerka, die het land bezuiden droog moest houden, als ten Noorden
alles blank stond. Wat een uitgezocht plekje voor een vogelkooi!
Lang is Maerten Kruyer ook niet op de Mosselbanc gebleven. Op 26 Februari 1730 woont hij
op Broekoort. Viel het niet mee in dat eenzaam oord? Is Aef Jans' voor 1730 gestorven? Er
is niets van bekend.
Wie volgde Maerten Kruyer op? Was het Jan Claesz. Donker, voornoemd? Maar dat was plm.
1755. Was de Mosseltuin zoo lang onbewoond? De kerkeboeken van Buurtje geven er geen
antwoord op. Wie heeft er den tijd voor om het in zware notarisprotocollen na te pluizen?
Een regeltje uit een testament, 27 October 1786: 'Cornelis Pietersz. Schoenmaker, in de
wandeling 'Krelis Schut', zoon van Geertje Cornelis', thans woonachtig in de Mosseltuin.'
Was hij de laatste bewoner? Was al dat puin en dat gebroken aardewerk van zijn huis
afkomstig? Heeft er na de Fransche tijd ook nog volk op de Mosseltuin gewoond? We weten
het niet, de Mosseltuin is goed bouwland, er groeien tulpen en aardappelen op en kool en
uien. Vroeger hebben er menschen gewoond, heel vroeger, dat is nu al zoo lang geleden,
niemand weet er meer van, vreemd. Hare plaats kent haar niet meer.