Groei en Bloei van de geschiedenis van Andijk
Piet Kistemaker Sr.
20. Diversen
Een schuit hellingd voor een tientje!
Strunen in oude rekeningen is altijd interessant! Zo vond ik bij rekeningen van mijn groot
grootvader, rond 1900, er een van Maarten Veen, tijdens zijn leven schuitemaker in de
Bakkershoek te Andijk.
Een regeltje was alles: 'Een schuit hellingd F. 10.--'.
Hoe bestaat het! Een schuit voor revisie op de helling. Wat moest er niet allemaal
gebeuren voor dat ene tientje? Het zal een houten 16 - voets schuit geweest zijn. Die
moest uit het water op de werf getrokken worden, gekanteld, geschrobd en geteerd. Een goed
vakman smeerde de teer niet dwars over alles heen. Daarna moest er eventueel gebreeuwd
worden, d.w.z. geplozen touw met een drevel in de naden, die niet dicht meer waren,
kloppen. De schuit was nu 'pikt en dreven'. Dan werden de bodem en de boorden geteerd. Als
die teer wat gedroogd was, werd de schuit weer gekeerd en kreeg de binnenkant een beurt.
Daarvoor moest al het losse houtwerk als beunen, bankjes en zijschotten verwijderd worden.
Die kregen apart een beurt. Nu kon de schuit van binnen geteerd worden, behalve 'het'
zeilbank, de kop van het roer, de helmstok en een deel van het losse houtwerk, dat mooi
groen geverfd werd. Als dan ook het roer en het zwaard geteerd waren en de beunen
gecarboleumd, was de schuit klaar. Over de verse teer werd schelpengruis gestrooid tegen
het kleven. Zo kon de schuit weer in het ruime sop.
Maarten Veen had een tientje verdiend, maar hij had het nog niet. In de eerste week van
Januari kwamen de ambachtslui, smid, timmerman, schilder, etc. 'nieuwjaarwensen', d.w.z.
ze dienden hun rekeningen in voor het geleverde werk van het hele afgelopen jaar. Ook de
zaadfirma's hadden met Kerstmis over het hele jaar uitbetaald en als er dan, na aftrek van
belasting, landhuur en hypotheekrente, bij de tuinder nog wat over was, kon de
ambachtsman, met of zonder zucht, 'voldaan' op de rekening schrijven.
Feitelijk is het nog niet zo gek als het lijkt: Het dagloon was in die tijd een gulden.
Een tientje was dus gelijk aan tien werkdagen. Na twee of drie dagen was een schuit wel
'hellingd', dus na aftrek van teer en verf bleef er voor Maarten Veen nog wat over.
Een timmermansknecht verdiende in die tijd een dubbeltje per uur en een meesterknecht
twaalf cent. Die kwam dan boven het loon van een landarbeider en voelde zich deswegen
bevoorrecht! Vroeger deden ze wat voor een tientje!