Kistemaker NetWerk

Groei en Bloei van de geschiedenis van Andijk
Piet Kistemaker Sr.

20. Diversen

Zo was het vroeger: warme bollen!

'Kenne de joons vaneivend bolle rondbrenge...'
Nou natuurlijk kon dat! Zo'n vraag werd met gejuich begroet. Enkele avonden in het jaar gebeurde dat. Meestal als de vrouwen het te druk hadden met de schoonmaak, of als er weinig groente was. De bakker kwam dan eerst vragen, ongeveer in dezer voege:

'We bakke mergen bolle, Aafie... staan je je pors?'

Gewoonlijk was het dan 'op 't oud of' of als er een eter bijgekomen was; eentje meer. Maar meestal kon de bakker op de trog wel uitrekenen hoeveel bollen hij zou moeten bakken. Dan ging het feest aan.

De bakker maakte een deeg en vormde er de bollen van, zoiets als een Frans kadetje van groot formaat. Die werden dan in de oven op de vloer gebakken zonder vorm. Na een poosje kwamen ze er weer uit, knappend bruin en gloeiend heet en dan was het 'hollen jongens!' De bollen werden warm en wel ingepakt in een beschuit- of speculaastrommel, warm toegedekt met een kleedje of een 'wollen slop' en dan met de meest mogelijke spoed naar de klanten gebracht, die twee, die drie, die vijf of zeven. Ze kwamen dan lekker warm op tafel, want koude bollen, wat was daar nou aan? Wee den druiloor die zoo langzaam liep, dat de bollen koud werden. Bakkersbloed is doorgaans heet en de speculaasplank was spoedig bij de hand!

Dat was maar zelden nodig, we liepen zo hard als onze benen maar mee wilden, want het loon maakte de arbeid zoet. Na afloop kregen we centen en een warme bol mee naar huis.

'De bakker van de hoek,
die heeft vannacht geblazen.
De bollen uit de doek,
ze liggen voor de glazen'.

Ja, zo was het vroeger. Goeie ouwe tijd, wanneer kom je weer?

Vorige paginaVolgende pagina

© 2001-2012 | Kistemaker NetWerk

Westfries Genootschap