Kistemaker NetWerk

Met sprongen door de Andijker Historie
Piet Kistemaker Sr.

1. De eerste sporen. 1000 jaar voor Chr.

EVEN ten westen van Wervershoof, in de buurt van de Eendenkooi, liggen in het vlakke land enkele lage heuveltjes.... Er is zo weinig aan te zien, maar geheimzinnige sagen wazen er omheen.... In één van de heuvels is indertijd een groot zwaard gevonden, met een gevest van gouddraad.... het zwaard van een reus.... van een vreemde koning.... een Noorman, die hier gesneuveld is in de strijd tegen de Friezen.... Voor hem hebben ze die grafheuvel hier gemaakt.... Er liggen meer van die heuvels.... vroeger waren er twintig.... een groot slagveld van eeuwen hèr is het hier.... vreemde vorsten rusten hier onder de groene zoden.... kom er niet aan.... stoor hen niet.... Toen men vroeger de heuvel af wilde graven, steigerde het paard voor de kar en stierf ter plaatse.... V r e e m d is dit alles.... magische machten huizen hier.... spreek er niet over.... zwijg.... laat rusten....
Wat is er nu waar van al die geheimzinnigheid? Want, evenals bij al zulk volksgeloof, moet ook hier een kern van waarheid schuilen.... Daarom hebben Cor Scheer van Andijk en Arian de Goede van Wijdenes deze zaak onder de aandacht gebracht van prof. Van Giffen te Groningen en onder diens leiding is een zeer nauwkeurig onderzoek begonnen.
De romantiek kwam er bij dit onderzoek wel heel schraal af: er werden in de heuvels geen voorwerpen van goud, brons, zelfs niet van steen gevonden.... één simpel kraaltje was de hele buit! Maar zelfs dit ene kraaltje was voor een geleerde als prof. Van Giffen zeer belangrijk: het stelde hem in staat de heuvels (althans ongeveer) te dateren op 800 tot 1000 jaar vóór Christus.
Het kost ons enige moeite, ons het landschap van die tijd voor te stellen.... het is zóó ver terug en wat kan er in die duizenden jaren wel gebeurd zijn....?

 

Andijk ±1750

 

De dijk was er toen nog niet.... geen zee achter die dijk.... geen vruchtbare polder aan de binnenkant.... geen smalle akkers.... geen sloten.... hoogstens hier en daar een natuurlijke waterloop. Want de kleilaag, waarop wij thans leven, is van jongere datum, die was er 1000 j. v. C. nog niet.... De bodem bestond toen uit zand en het landschap moet er dan ook uitgezien hebben als de Neder-Veluwe van thans: zachtglooiende velden met lichte bebossing.... Duizend jaar vóór Christus ruiste hier de wind door de dennentoppen.... ritselde door de haagbeuk.... deed de elzenkatjes wuiven.... boog de wilg aan de rand van de veenplas.... schudde de bladeren in de top van eik en olm.... strooide lindebloesems.... Hier bloeide de heide.... hier wuifde het pluimende riet.... hier groeiden varens aan de bosrand....
Dit is maar geen vrije fantasie: de systematische afgraving door prof. Van Giffen en het daaraan verbonden pollen-analytisch onderzoek hebben dit bewezen. Dit laatste onderzoek leerde ons, welke boomsoorten hier in dat tijdperk leefden en zelfs welke schaaldiertjes er in het water voorkwamen....
In dit fraaie landschap leefden dus onze eerste voorouders.... gesteld althans, dat die lijn gedurende negentig geslachten niet onderbroken is geweest.... hier woonden en hier werkten zij....
Stellen wij ons dat leven voor....
Hun "huis" hebben ze aann de bosrand gebouwd.... hoewel, een huis is dit naar ons begrip niet.... Gebakken, noch gehouwen steen is hun bekend, evenmin als vensterglas of dakpannen.... Hoogstens hebben ze enkele zwerfkeien gebruikt als fundering voor hun "home", dat niet meer is dan een lage hut, half ingegraven in Moeder Aarde's schoot, om de hitte van de zomer en de koude van de winter te keren.... Het vuur kennen ze, maar de schoorsteen niet, die het dak kan schragen en de rook geleiden.... het is dus niet aan te raden binnenshuis vuren te branden.... Ze leven dan ook meestal buiten. Zie.... op een open plek in de luwte van een dennenbosje zijn drie mannen, een vader en twee zonen, druk bezig de zandgrond te ploegen....

 

Een vader en twee zonen, druk bezig de zandgrond te ploegen

Een vader en twee zonen, druk bezig de zandgrond te ploegen

 

Hun ploeg hebben zij zelf gemaakt: een zware eikentak met een scherpe punt als weerhaak om de grond open te scheuren. Meer kunnen ze niet bereiken.... Hun ploeg heeft geen stortblad.... ze trekken slechts vrij regelmatige voren op pl.m. 30 c.M. afstand van elkaar en 10 tot 15 c.M. diep.... In die verse voren zaait dan de vader het zaad.... dat door de zon tot nieuw leven gewekt zal worden.... een oneindige reeks van jaren.... (of zijn het eeuwen?) is dat reeds zo gegaan! Hier verbindt zich leven en dood.... Welke rituele voorschriften hij bij dit zaaien in acht moet nemen, weten wij nu niet meer....
Dan wordt het zaad ondergeploegd door nieuwe ploegsporen dwars over de vorige te trekken.... Dertig eeuwen later vindt een geleerde professor de ruitsgewijze krassen   nog terug in de harde bodem....
Eind Juli van hetzelfde jaar 1000 v. Chr. wordt het graan geoogst. Daartoe wordt het bosje-voor-bosje afgesneden met een scherp mesje van vuursteen, in hout gevat.... Dertig eeuwen later vindt een tuinbouwer zo'n stukje vuursteen bij het tweediepen.... Hij let er nauwelijks op, maar de geleerde professor wil het graag hebben, hij vindt er allerlei merkwaardigs aan.... hij vergelijkt zijn onderzoekingen.... hij reconstrueert.... en het leven van 3000 jaar terug keert weer....
Het leven,ja.... maar ook de dood....
Enkele jaren na 1000 v. Chr. sterft de vader en zijn zonen begraven hem op het korenveld, dat hij zovele jaren met hen bewerkt heeft.... Zij leggen zijn lijk in een ondiep graf en dekken het toe met zoden.... Steeds meer zoden dragen zij aan.... een lage heuvel wordt het zo.... zeven meter in doorsnee.... Daaromheen graven ze 32 gaten.... Uit het bos slepen ze evenveel palen aan, flinke palen, van 20 c.M. doorsnee. Die plaatsen ze rondom het graf.... Waarom eigenlijk? Alleen om verstuiving tegen te gaan? Of tegen wilde dieren? We weten het niet.... Rondom de paalkrans graven ze een ringsloot, anderhalf tot twee meter breed en een meter diep.... Dan is de grafsteź klaar!
Dagenlang.... misschien wekenlang moeten zij er aan gearbeid hebben met hun primitieve middelen.... Welk een eerbied voor de doden spreekt uit dit moeizaam werkl
Eeuwen snellen voorbij.... Andere mensen leven op deze zelfde bodem. Van een andere stam.... van een ander volk.... althans met andere gebruiken.... Zij verbranden hun doden op de grafheuvel van het.... misschien door hen verjaagde.... volk. Ze werpen een nieuwe heuvel op. Ze zetten er geen paalkrans om, maar graven een nieuwe ringsloot, uiteraard wijder en dieper dan de vorige.... Met dit eenvoudig monument eren zij hun doden....
Weer snellen eeuwen voorbij.... Andere mensen betreden deze zelfde grond. Zij graven eenvoudig een graf in de rand van de oude grafheuvel en leggen hun dode daarin.... Hebben zij niet meer eerbied? Of zijn het inderhaast begraven soldaten, althans krijgslieden, die hier zo onnauwkeurig begraven worden....? We Weten het niet.... er is veel duisters in de historie.... veel dat nooit opgehelderd zal kunnen worden....
We nemen de tweede sprong, van prae-historie naar historie....


© 2001-2012 | Kistemaker NetWerk

Westfries Genootschap