Met sprongen door de Andijker Historie
Piet Kistemaker Sr.
5. Een eigen kerk. 1667.
ER is een kleine samenleving gegroeid aan de
oude dijk. Een dorp mag dit nog niet heten.... slechts een gehucht met enkele buurten,
hier en daar een stelphoeve langs de dijk en verder de veldhuizen in hun boomkrans. Enkele
losse buurten van armelijke huisjes, waar vissers en arbeiders wonen.... de Bangaerdt....
was daar werkelijk een fruittuin, die aan de banne toebehoorde?.... Krimpen.... waar sinds
onheuglijke tijden de herberg "De Heer van Krimpen" staat.... de Geusebuurt....
waar volgens overlevering de nazaten van watergeuzen en beeldstormers wonen.... en
Broekoort.... waarvan de naam U er aan herinnert, dat dit deel van Andijk nog altijd onder
de Steede Broec behoort....
Slechts enkele buurten.... Geen dorps k e r n,
waar zich na een moeizame dagtaak de mannen verzamelen op de brink.... om de belangen van
het dorp te bespreken.... geen dorpsput of -pomp, waar de vrouwen het onmisbare water
komen halen en elkaar de dorpsnieuwtjes vertellen.... geen k e r k, in alle dorpen in
wijde omtrek h e t centrale punt, waar elke Zondag het Woord verkondigd wordt en de
proclamaties van het burgerlijk bestuur voorgelezen worden.
Dat centrale punt ligt voor de oude Andijkers
in de Streek, in Bovenkarspel, in Grootebroek, in Lutjebroek....
In drie lange stroken is het land verdeeld.... bannegewijs.... en dat houdt kernvorming
tegen.... eeuwenlang.
In de Streek zetelt hun bestuur, daar wonen
Schout en Schepenen, daar houdt men regtdag, daar is van tijd tot tijd verkoping of
verhuring, daar staat het Weeshuis.... kortom, het l e v e n wordt in de Streek
geleefd.... en de Noorderdijk is slechts een gehucht!
Bovendien: in de Streek staat de kerk! Daar m o
e t e n ze heen, elke Zondag.... weer of geen weer, storm, mist, hagel, regen, sneeuw of
ijs houdt hen niet tegen.... ze gaan naar de Streek ter kerk! Denk het U in! Het is geen
kleinigheid.... het is een onderneming! De reis kan uiteraard slechts te water gemaakt.
worden, want met paard en wagen duurt het veel te lang.... Dat zou over Enkhuizen moeten
gaan.... een slechte weg, glad en glibberig in de regentijd.... of over.... schrik
niet.... over Westwoud, want de Tolweg is nog niet eens in aanleg! Mogelijk komen ze er in
de zomer te voet langs de "inninghweghen", de zomerdijkjes.... maar dan nog:
welk een moeilijke en inspannende reis, vooral voor de ouderen....! Dus per schuit! Bij
gunstige wind een prettig zeiltochtje, maar bij tegenwind.... hoe vaak is de wind niet
noordwest.... een harde dobber: anderhalf tot twee uur aan de kloet! Geen wonder, dat ze
er over klaagden"
"De broeders.... alhier onder den dijk
lange tijt van haer voorouders tijden af beswaert met so een moeylieke kerckgangh, verre
afleggende van de Kercken daer onder sij ressorteerden ende oock haere naburige plaatsen
(Wervershoof) bisonder beswaerlijck voor oude swacke Lieden en anderen die van weghen haer
beroepinghe so veel, tijts niet ofte nauwelijcx konden uytvinden om ordinair ter kereke te
komen...."
Want dat komt er nog bij: het zijn allemaal
boeren, d.w.z. veehouders, die dit beklag doen.... Een boer heeft, altijd werk, 's Zondags
en in de, week en het kost moeite voor melktijd terug te zijn.... (Hebben we het zelf niet
beleefd, dat de boeren juist voor de zegen de kerk uitliepen, om eerder thuis te wezen?)
Boeren, die beter met de hooivork kunnen omgaan dan met de pen: ze tekenen de acte van
scheydinghe met hun huismerk of met een simpel kruisje en de dominee schrijft er bij: dit
is het merk van Jan Jansen, dit is het merk van Pieter Cornelissen.... Boeren van de
Noorderdijk, niet vele rijken, niet vele edelen. Bovendien is daar "die conjuncture
des tijds ende dees' becommerlijcke oorlog met Engelandt...." want we zitten midden
in de tweede Engelse oorlog!
Welk een ideaal moet het voor deze boeren
geweest zijn: een eigen kerk! En ze komen er! Niet gemakkelijk, maar dat hindert hen niet,
ze zijn immers aan tegenslag gewoon.... Verschillende "liefdegaven, 't sij in gelote
off in arbeyt", worden toegezegd.... het sal waerachtigh wel gaen.... ze zullen hun
eigen kerk hebben.... h i e r aan de dijk!
Op 21 December 1 6 6 6 scheiden zij zich af van
de kerken van Grootebroek en Lutjebroek, waartoe ze nu bijna honderd jaar hebben
behoord.... Eigenaardig dat Bovenkarspel niet eens wordt genoemd. Dat bewijst o.i., dat er
anno 1666 beoosten de Kathoek nog heel weinig volk woont, alleen enkele boeren in de
veldhuizen en die zijn dicht bij Bovenkarspel.
Een kleine kudde scheidt zich af: precies
honderd belijdende leden: van Grootebroek 42 en van Lutjebroek 58. Het meeste volk woont
dus aan het Westeind van Andijk en daar zal ook de kerk komen.... Het Oosteind is minder
goed bewoonbaar... het is land van kranke waarde.... nat en dras....
De kerkbouw blijkt een duur geval te zijn....
er is veel geld voor nodig! De boeren steken de koppen bij elkaar en besluiten: "so
bij de E. E. Classis van Enkhuysen als elders raat en hulpe te versoecken...." en dat
helpt!...."verscheyde leden van de Regeringhe van Enckhuysen (hebben) veel en seer
getrouwe devoiren aengewent, sonder welke het seer beswaerlijck soude sijn
geweest...." Er moet ook een tractement voor de dominee zijn en er wordt een
commissie benoemd, die bij de Edel-Groot-Mogende Heren daarom zal verzoeken. Jan
Cornelissen Boeder, Jan Jansen "Genaed", Pieter Cornelissen Schoenmaker, Nanne
Jacobsen, Jan Teeuwissen en Pieter Cornelissen (Backer) zullen dat zaakje wel eens
opknappen! Zij stellen zich met de E. Classis in verbinding.... de stadsdominees doen dus
het werk en de boeren blijven thuis.... en na veel omslachtigheid gelukt het van de E. G.
M. Heren een "Apostille" te bekomen, waarin hen een "ordinaris
predikantstractement" wordt toegezegd.... Dat is dan pl.m. 600 gulden!
Op 30 Januari 1 6 6 7 wordt de eerste predikant
beroepen.... een jonge man.... een candidaat, pas van de studie: Abraham Hovius. Zijn
vader, Jacobus Hovius, is predikant te Enkhuizen vanaf 1652. De
naam Hovius komt in verschillende regentenlijsten voor.... trouwens, de Westfriese
predikanten van die tijd zijn meestal onderling verwant en hebben hun familieleden in de
sternhebbende steden.... deftige regenten, die zeer vast zitten op het groene kussen....

Op 30 januari 1667 wordt de eerste predikant beroepen
Nu de dominee beroepen is, wordt met spoed tot
kerkbouw overgegaan. Op 10 Mei 1667 worden kerk en predikantswoning aanbesteed.... de
meeste materialen worden "door liefhebbers gehaelt".... en in vier maanden is de
kerk kant en klaar.... Hadden ze er maar wat langer over gedaan zouden wij nu zeggen.... Het
is niet veel moois wat zij gewrocht hebben en het was zeker geen groot kunstenaar, die dit
gebouw ontwierp! Niet de minste poging er iets moois van te maken.... zie dat lelijke
gewelf met die onbehouwen trekbalken.... die lompe preekstoel.... die grove banken, zonder
enige versiering! Het geheel maakt een sobere en naargeestige indruk.... en toch: hoe blij
zijn onze vaderen met deze kerk! Een e i g e n kerk! Geen lange reizen meer naar
Grootebroek of Lutjebroek in weer en wind.... maar rustig in een eigen kerk het Woord
aanhoren, dat gebracht wordt door een e i g e n dominee.... Verbum Domini Minister....
Dienaer des Goddelicken Woorts....
Op 18 September, 1 6 6 7 doet d e jonge dominee
zijn intrede.... Het kleine kerkje is overvol.... (het kruis is er nog niet
aangebouwd).... en met stille aandacht luisteren de Andijker boeren naar de jonge Hovius,
die zijn tekst ontvouwt uit 2 Corinthe 6 vers 16: "Want ghij sijt de Tempel des
levendighen Gods. Gelijkerwijs God gezegd heeft: lck sal in haer wonen ende lck sal onder
haer wandelen."
De jonge prediker is in zijn
"uytbreidinghe" zeer uitvoerig, hij sleept er van alles bij, met talrijke
aanhalingen, versierselen en fraaie zinswendingen wordt zijn preek opgesmukt en het duurt
zeker twee uur.... Maar de boeren hindert dat niet.... zij luisteren met vrome aandacht en
met open mond....
Na de middag is de kerk bijkans nog voller:
vader Hovius zal zijn zoon bevestigen! Allicht komen er enkele Enkhuizer regenten mee....
Jacobus Hovius preekt over Psalm 122 vers 1 en
2: "lck verblijde mij in degene die tot mij segghen: wij sullen in het huys des
Heeren gaen; onse voeten sijn staende in uwe poorten, o Jerusalem!"
Blijdschap en dankbaarheid is de grondtoon van
deze dag!
Och.... het mag dan niet veel zijn wat hier is
bereikt.... nog in 1732 heet Andijk "een gehucht met een kerkje voorzien"....
maar het begin is er: Andijk heeft een eigen kerk! Ook voor de toekomst is dit van belang.
De kerk is het centrale punt en al is Andijk
door de uitgestrektheid niet geëigend om een dorpskern te hebben.... toch is
"Buurtje" jarenlang, zelfs tot pl.m. 1900 het toonaangevende deel van Andijk....
van waaruit het hele dorp geregeerd wordt. Pas in de laatste decennia is hierin
verandering gekomen.
Voor onze vaderen is de nieuwe kerk een triomf!
Een eigen kerk en een eigen leraar! De jonge dominee betrekt zijn nieuwe huis met zijn
zuster Sara, die op 15 Mei 1667 met attestatie van Enkhuizen komt. Abraham en Sara.... en
met meer recht dan de aartsvader kan hij zeggen: "Deze is mijn zuster!" Vier
jaar later vertrekt dominee Abraham Hovius naar Stavoren en in 1681 is hij daar
overleden.... Hij was de eerste die te Andijk het Woord verkondigde.... eren wij zijn
gedachtenis.
Weer springen we enkele jaren over.... jaren
van allerlei ramspoed.... van oorlog en pestilentie.... van watervloeden en andere
natuurrampen.... moeilijke jaren voor ons volk.... Zelfs in de Gouden Eeuw is het niet
alles goud wat er blinkt!
We nemen een zesde sprong,
en zien rond in de 18e eeuw: