Jaarboekje "Oud Andijk" 1981
Jaarboekjes Oud Andijk » 1981 » pagina 13
De waterbeheersing in "Het Grootslag"
Een polder is een door een dijk omsloten stuk land met sloten en
vaarten, waarin men de stand van het water kan beheersen. Aanvankelijk
geschiedde dat bij de vroegste inpolderingen door een soort van duikers
met kleppen of deuren, die open en dicht werden geduwd door opkomend of
afgaand water, bij vloed of afgaand tij. De mens kon daarin naar behoefte
opening en sluiten toepassen. In de late Middeleeuwen was men zover dat
men molens ging bouwen, door de wind aangedreven, waardoor het water door
draaiende schepraderen, of met een houten vijzel het water kon
omhoogbrengen en laten weglopen op een hoger niveau, waar men het kon
laten weglopen uit het gebied dat men droog wilde houden.
Voor 1860 werd de polder "Het Grootslag" uitsluitend met behulp
van molens droog gehouden. Andere mogelijkheden voor aandrijving dan met
de wind of de hand (tonmolen bijvoorbeeld) waren er niet. Dat kwam pas
toen men stoom uitvond als krachtbron en allerlei werktuigen, waaronder
ook afwateringsmachines met stoomaandrijving kon construeren. Voordien
betekende de situatie dat men bij veel regen en geen wind het water niet
kwijt kon en de polder erg nat werd, waardoor veel gewassen verloren
konden gaan. Soms kon men het land niet eens bewerken.
Toen de stoommachine werd uitgevonden was men onafhankelijk geworden van
de wind. Dat gaf ook veel verandering te zien in het gebruik van de grond.
Grasland werd nu gescheurd en geschikt gemaakt voor groente en vroege
aardappelteelt. En toen namen ook teelten van andere gewassen toe. Dat
moest ook, want het aantal polderbewoners was toegenomen en dat vroeg om
meer arbeidsintensief bodemgebruik.
Omstreeks 1900 waren er nog steeds 4 molens bij Andijk, enkele bij
Enkhuizen en elders, maar ook was er inmiddels een gebouw gezet voor een
bemalingemachine, een pomp, aangedreven door een stoommachine. Daar is het
evenwel niet bij gebleven! De molens werden afgebroken en verwijderd en
het gemaal werd uitgebreid met een pomp om toch het water op de juiste
hoogte te kunnen houden. Later is die stoommachine ook buiten gebruik
gesteld en heeft men nieuwe voorzieningen getroffen met diesel- en
electrische aandrijving. In verband met de verkaveling is na 1973 op een
geheel nieuw gemaal overgegaan, dat dicht bij het oude is gebouwd. Omdat
het oude gebouw daarmee overbodig werd, kon dat als museum worden
verworven en ingericht.
Eén van de beide pompen moest worden verwijderd, maar de andere is
gebleven, een grote centrifugaalpomp, aangedreven door een electromotor
van een heel bijzonder type. Dat is nu te zien in het museum, met inbegrip
van een maquette van de situatie van 1900 met de vier molens op de
Molenhoek en het stoomgemaal dat aan de dijk stond.