Oud Andijk in Beeld, deel 2
Samengesteld door J.J. v.d. Gulik

7.
Vanaf het erf van Dirk Basjes maakte omstreeks 1915 een onbekende
fotograaf dit plaatje. De huizen maken deel uit van het genoemde zestal,
te bereiken via het paadje langs de werkplaats. Omstreeks 1900 kocht
Cornelis Smit Pzn. dit stukje grond van Jan Prins (zwart Jan) en liet
daarop deze twee huizen bouwen.
Waar de personen op het erf staan woonde hij zelf, er achter Klaas Nierop
Kzn. en Elisabeth Zwier. (Klaas is de vader van oud wethouder-loco
burgemeester Klaas Nierop thans wonende in "Sorghvliet").
Ook het echtpaar Huizebos heeft daar gewoond, nu fam. (H.) Bankert en
heeft de gemeente het gemakshalve Dijkweg 98 genoemd.
Cornelis verkocht zijn onderkomen aan Willem Groot Jbzn., die samen met
echtgenote Reinoutje Groot Jbdtr. en dochter Grietje poseert voor de
fotograaf.
Van beroep was Willem tuinder, maar had ook neveninkomsten.
Met een mandje aan de arm ventte hij met koffie en thee langs de huizen,
in het winkeltje (een kleine ruimte zonder etalage aan de niet zichtbare
zijkant) kon de klant terecht voor artikelen zoals: slaolie, stroop,
kalken pijpen etc. etc.
Hier woont nu de fam (R) Vriend, Dijkweg 99.
In 1923 overleed Willem. Een jaar later zijn moeder en dochter naar
Enkhuizen vertrokken en hebben in de Klopperstraat nog enige tijd de
handel voortgezet.
In het houten huisje woonde een neef van Klaas Nierop, luisterend naar
dezelfde naam. Deze was gehuwd met Grietje Nieuwland Scheltendtr.
Later huwde Grietje met Willem Dekker en verhuisden ze naar huize
"Acti-Labores-Jucundi" aan de Middenweg.
Tot aan de sloop in 1965 is het houten huisje wisselend bewoond geweest,
o.a. door de naar Canada geëmigreerde Cor Broer Dzn.
Laatste bewoonster was Mevr. G. de Blank- v.d.Meer.
Het huis links staat er nog, het is een van de mooiste plekjes van Andijk.
De huidige eigenaar A. d. Blank heeft daar alles wat een buitengenieter
maar kan wensen n.l. rust, ruimte en vaarwater.
Het water op de voorgrond is, na demping Dijkgracht, een haventje
geworden, ook voor H.J. de Vries, doch later geheel gedempt.