Kistemaker

Thuis » Boeken » Al deze Stenen voor Sparen en Lenen » Hoofdstuk 6 » Pagina 92-93

Grootebroek

Uitbreiding

Soms had het zijn voordelen om bij de Centrale Bank in Eindhoven aangesloten te zijn, terwijl vrijwel alle banken in de omgeving “bij Utrecht” zaten. Doordat de beide organisaties zo strikt gescheiden waren, hadden ze ook ieder hun eigen vestigingsbeleid. De bank in Enkhuizen was een Raiffeisenbank met een, voor die tijd (1965), zeer ouderwets beleid. Zij hadden zich beslist niet aangepast aan de veranderende omstandigheden. Het kon daar nog gebeuren dat een jongen van 16 jaar voor het volledige Bestuur moest verschijnen, omdat hij op advies van zijn vader een lening van ƒ 30,- wou hebben voor een nieuwe fiets.

Een groep leerlingen van de Tuinbouwschool in 1972.Een groep leerlingen van de Tuinbouw- school in 1972. Bovenste rij geheel rechts in de groep: Jan Buurman.

In Grootebroek dacht men in dat gebied wel resultaat te kunnen halen. Intussen waren middenstanders ook gewaardeerde leden geworden en zat er zelfs een niet-tuinder in de Raad van Toezicht: de heer J. Rijkes, drukker en kantoorboekhandelaar. In 1970 kwam hij in het Bestuur. Op het moment dat er gezocht werd naar een geschikt pand in Enkhuizen werd Rijkes gebruikt om voordelig iets in de Westerstraat te kopen. Er stond een pand leeg, maar de voorzitter van het Bestuur vreesde dat wanneer de makelaar zou weten dat de aankoop voor een bank was, hij de prijs wat zou opschroeven. Rijkes kreeg de opdracht de onderhandelingen te voeren en te doen alsof het voor een nieuwe boekwinkel zou zijn. Hij haalde daarmee tijdelijk de woede van zijn collega's op de hals, maar de opzet slaagde er wel door. W. van Rijnsoever kreeg de taak om als beheerder van deze vestiging een nieuwe markt op te bouwen. Hij slaagde daar uitstekend in en 10 jaar later nam de Rabobank Enkhuizen dit kantoor met een balanstotaal van 4 miljoen gulden graag over.

Bij de opening in 1967 van het nieuwe kantoor aan de Schrijnderslaan.

Bij de opening in 1967 van het nieuwe kantoor aan de Schrijnderslaan. Op de voorgrond staan een vertegenwoordiger van de Centrale Bank: Jac. Duin, voorzitter van het bestuur en Jac. Neuvelen J. Rijkers, beide lid van de Raad van Toezicht. In de achtergrond staan onder andere erelid P. Bot, J. Bakker, betaalmeester van de veiling West-Friesland; P. Koster, voorzitter van de veiling vereniging West-Friesland; L.J. van der Geest, Kassier van de Boerenleenbank in Wervershoof; J. Broersen, Secretaris van het Bestuur en A.N. Jong, secretaris van de veiling vereniging “De Tuinbouw”.

Een belangrijk deel van de hervormingen is ontstaan uit de samenwerking van voorzitter J. J. Duin en de Kassier, later Directeur, P. Th. de Jong. Voor het eerst wordt discussie gevoerd over de nevenfuncties van de Directeur. Vroeger was het Kassier zijn een “bijbaantje”, nu werd een nevenfunctie als een te zware belasting gezien naast het werk voor de bank. Het aanvaarden van het ambt van kerkmeester lokte al discussie uit. Maar toen De Jong, die slecht nee kon zeggen als hem werd gevraagd zijn krachten ergens aan te geven, kandidaat werd voor het wethouderschap, werd hem dat ronduit verboden. Door het vele werk dat hij op zijn schouders nam, kwamen er, tot ergernis van het Bestuur, ook wel eens slordigheden voor. Maar het valt moeilijk te zeggen tegen iemand met zo'n grote inzet en werklust. Tot aan zijn overlijden in 1978 blijft hij actief voor de bank en vele andere instellingen.
Zijn opvolger wordt J. Th. N. Buurman. Jan Buurman was tuinder van huis uit, maar later bij de “voorlichting” gekomen. Hij en Jac. Neuvel (voorzitter van het Bestuur vanaf 1983) zullen de bank na 1980 in een geheel nieuwe koers brengen. Overleg over samenwerking met buurtbanken om te komen tot een gezonde bank voor de komende jaren was hun devies. Hoe zij daarin slagen, komt in hoofdstuk 15 en 16 aan de orde.


© 2001-2020 | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap