Kistemaker

Thuis » Jaarboeken Oud Andijk » 1978 » pagina 7-8

Een museum, maar dan?

Onder het motto “Oud-Andijk onder de pannen” is de aktie gestart om gelden in te zamelen voor de inrichting van een Andijker museum.
Na jaren is het zover, kan er een echt museum komen. Reeds lang wordt er verzameld van pijpekoppen tot landbouwmachines. De verzamelaars zochten contact met elkaar en hieruit ontstond de gedachte alles in een gebouw onder te brengen en voor publiek toegankelijk te maken. Als vanzelfsprekend gingen de gedachten uit naar het oude kerkje van de Kerkbuurt. Alle inspanningen ten spijt kon dit geen doorgang vinden. Uiteindelijk kwam de kans het oude watergemaal te bemachtigen, tenminste als door interesse bij de bevolking voldoende geld ingezameld kan worden. Maar al loopt de geldinzameling ook boven verwachting, de moeilijkheden beginnen nu pas goed.
Het is niet zomaar wat een museum te stichten en gaande te houden. Een brede en blijvende interesse van de bevolking is noodzakelijk.

Wat is nu het doel van een museum en hoe dit doel te realiseren?

Een museum moet meer zijn dan een opslagplaats van mooie, vreemde, zeldzame of dierbare dingen, meer dan een clubgebouw met magazijn. Een museum moet een middel zijn tot beter begrip van situaties uit het verleden en aldus een verduidelijking van het nu.
Daarom zal in het m useum het huidige Andijk evenzeer tot zijn recht moeten komen. Hiervoor moet wetenschappelijk werk gedaan worden in en met de verzamelingen. De voorwerpen moeten beschreven worden, een beschrijving die voert naar de tijd van herkomst en de bedoeling van de voorwerpen. Deze beschrijving moet de basis zijn voor de opstelling van de zalen en vitrines met bijbehorende tekst en, foto's en tekeningen.
De verzamelaars zullen meer kennis moeten verwerven over de voorwerpen. Die kennis zullen zij zo moeten vertalen dat zij door het publiek verstaan wordt. Zij zullen zich moeten verdiepen in de verwachtingspatronen die bij het publiek bestaan.
Ook zullen zij een raming moeten maken van het aantal bezoekers dat is te verwachten. Door de plaats van het museum zal een groot deel van de te verwachten bezoekers doelbewust een omweg naar het museum moeten maken. Het is daarom van belang dat de opstel1ing aantrekkelijk genoeg is om de reis en de toegangsprijs waard te zijn.
Voor de educatieve funktie van het museum is het van groot belang dat er een relatie tot st and wordt gebracht tussen de voorwerpen en de bezoekers. Hiertoe kunnen audio-visuele hulpmiddelen als dia-projector en klankbeeld veel bijdragen.
Het bestuur ziet zich als taak gesteld een eenvoudige opstelling van origineel materiaal samen te stellen, voorzien van de meest direkte uitleg door ongekompliceerde opschriften. Alles bij elkaar nogal een opgave en waarbij, zeker in het begin, hulp van andere musea nodig is.
Veel is al verzameld en nog veel zal moeten worden verzameld, maar de bestaande verzamelingen en het gebouw bieden reeds voldoende representatief materiaal om een en ander te tonen over de voorgeschiedenis en geschiedenis van de polder en zijn bewoners.
En om het heden tot zijn recht te laten komen, kunnen er naast de min of meer vaste opstellingen ook allerlei tijdelijke tentoonstellingen worden gehouden van b.v. schilderijen, handwerken, weven, wandkleden, keramiek e.d.
Tenslotte kan het gebouw gebruikt worden voor bijeenkomsten, vergaderingen, dia-lezingen, werkbijeenkomsten en kursussen. Het museum is dan wat het moet zijn, een levendig cultureel en gemeenschapvormend centrum. Hierbij moet er uiteraard op gelet worden dat de reeds bestaande mogelijkheden niet beconcurreerd worden.

Redactie


© 2001-2022 | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap