Kistemaker

Thuis » Jaarboekjes Oud Andijk » 1997 » pagina 26-31

Op naar 50 jaar Parochie in Andijk

In de zomer van het volgend jaar,1998, is het vijftig jaar geleden dat het moment aanbrak van de start van een heuse parochie Andijk. Misschien wat vroeg, maar de redaktie van dit blad kon het gewoon niet laten er nu al aandacht aan te besteden. Het is voor ons inmiddels geschiedenis van Andijk. Bovendien belangrijke geschiedenis in het kader van de ontwikkeling van ons dorp.
Ging het "Andijker zijn" tot voor vijftig jaar geleden bij de gezinnen in de Bangert niet verder dan; inwoner zijn van Andijk en in de meeste gevallen er werken, toen de eigen parochie een feit was, beleed men ook het geloof binnen de eigen gemeente. Een logisch gevolg daarvan was dat er enkele jaren later een katholieke school in Andijk werd gesticht en dat leidde er weer toe dat er belangstelling begon te ontstaan voor het culturele leven binnen de gemeentegrenzen. Zo kreeg het Andijker verenigingsleven, muziek, toneel, zang en sport, in de loop van de jaren zestig een behoorlijke impuls vanuit de Bangert.
Reden genoeg dus om in ons "Jaarboekje" eens aandacht te besteden aan de historie van de parochie want dat ging heus niet zo maar even.
We moeten daarvoor klein 67 jaar terug, naar 1930.

De redaktie, twee man sterk, kwam dat aan de weet toen we een bezoek brachten aan de heer Piet Rinkel, geboren en getogen Bangerter.
Al spoedig bleek dat we ons doel goed voor ogen moesten houden want de unieke verhalen uit de Bangert vlogen direkt over tafel en dan is het lachen geblazen ondanks dat er veel "kommer en kwel" als achtergrond is. Nou vooruit, ééntje dan maar. Rinkel liet ons een foto zien van een groep kleine huisjes aan een padje vanaf de dijk, er is niets meer van over. In één daarvan woonde de familie Jan Rinkel en Piet is daar geboren. "In het kleine huisje wat vlak aan de weg stond", vertelde Piet, "daar woonde Fokkie Hooiveld en die was getrouwd aan Steffie Drumel, dat was een Hongaarse van geboorte en die liep altijd met een papagaai op haar schouder, dat was voor kinderen heel vermakelijk. Ze hadden 'n stuk of vijf-zes jongens en de jongst die heette Keessie.
Als Keessie dan weer eens schieten wou met z'n kattapult, dan ging het onderstuk van dat negenruits raam omhoog. Zelf ging ie dan aan de overkant van de weg tegen de dijk zitten en dan vlogen de pijlen dwars over de weg, onder het geopende raam door, over de tafel heen en dan hoopte Keessie dat de pijl in de schietschijf terecht kwam die hij aan de kamerdeur had bevestigd, die deur stond precies tegenover het raam waar dan de tafel tussen stond. En het verhaal gaat dan, dat ie les kreeg van z'n moeder, want die zat aan tafel aanwijzingen te geven of ie even naar links, rechts of onder of boven moest richten.

Ons doel was echter het verzamelen van feiten omtrent het prille begin en het verkregen resultaat van 1948 en later.
Gelijk met het verhaal van Piet Rinkel, maken we gebruik van de gegevens welke ons nadien ter beschikking werden gesteld door de huidige sekretaresse van het parochiebestuur, mevr. Lieneke Dekker-Bos die op enthousiaste wijze haar medewerking verleende. O.a. uit het boekje "40 Jaar Parochie Andijk."

Het echte begin.
Na enkele gesprekken werd al in december 1930 een voorlopig "Kerkbouwcomité" opgericht, waarin zitting hadden de heren: Nic. (Klaas) Meester, Dorus Dol, Willem Deen, Jan Rinkel en Piet Sijm. Hun bijeenkomsten vonden meestal plaats in café Kuin.
Waarom een eigen parochie? Het pad naar de kerk in Wervershoof was veel te lang, lopende of fietsend kwam men veelal kletsnat in de kerk aan. Op den duur, want ook toen stond het tijdsgebeuren niet stil, zou dat kunnen leiden tot "een verzwakking van het geloof" zoals er geschreven staat.
Het was toch al weer 24 mei 1934 toen de parochianen uit de Bangert in een vergadering werden gepeild over het ontstane idee van een eigen parochie met uiteindelijk een eigen kerkgebouw.
De peiling maakte duidelijk dat de katholieke mensen van Andijk toch wel graag een eigen parochie wilden, ondanks het feit dat daarvoor behoorlijke financiële offers moesten worden gebracht. Men was zich daarvan bewust, maar die uitdaging werd aanvaard. Dat was niet zomaar wat, want ons land bevond zich in die jaren in een zware economische crisis en veel van de parochianen leefden zelf in armoede. Het comité, dat zich dus gesteund kon voelen door de bevolking ging door. Veelal werd op zondag vergaderd, dan vond ook de huis aan huis collecte plaats in de Bangert.

Rinkel vertelde ons daarover: "Mijn vader zat in het comité, zijn jongens zaten dus "dicht bij het vuur" en ik heb ook wel eens met zo'n bus gelopen. De Bangert was verdeeld in drie wijken, elke wijk had z'n mensen die zondag's met de bus liepen. Er waren ook drie bussen blauw, groen en rood, te weten geloof, hoop en liefde.
Op 25 september 1934 ging het comité, zij het wat onwennig, naar Haarlem waar de bisschop zetelde. Even leek het er op alsof de bel van het bisschoppelijk paleis weigerde. Of dat te maken had met enige schroom, we weten het niet, maar de groenteman, die dagelijks aan de bel trok, hielp de Andijkers uit de nood.
De bisschop zag het, met name financieel, niet erg zitten, maar toonde wel sympathie, sparen en sparen mensen, was het advies. Nu had men inmiddels al een duidelijk bewijs in handen dat er gespaard werd.
Een bedrag van f.1760.- bijeengebracht met de kleinste munten die we kenden, dat mocht er zijn, dat gaf moed.

Een jaar later moest er even "geslikt" worden. Twee belangrijke mensen die sympathie hadden getoond voor het plan, pastoor Bonnet van Wervershoof en bisschop Angenent, overleden kort na elkaar. Hun resp. opvolgers hadden ietwat andere gedachten. Het bericht kwam; men kon doorgaan met sparen, maar de centjes moesten bewaard worden door het kerkbestuur van Wervershoof. We kunnen ons nu nog voorstellen dat men in de Bangert "wel effies mopperd het". Toch werd de ingeslagen weg niet verlaten integendeel, de inzameling ging voort. Er kwam een z.g. "bollencomité". Men kocht tulpenplantgoed, de deelnemers stelden land beschikbaar en er waren vrijwilligers voor het planten, onderhoud, bloemenkoppen en rooien van 220 roe (± 31 are).

Alle verhalen uit die tijd, over wat voor onderwerp dan ook, u zult steeds weer de termen "vóór de oorlog", "in de oorlog" en "na de oorlog" tegenkomen. Die 5 jaren hebben veel invloed gehad op het leven van een paar generaties.
Uiteraard kreeg men in de Bangert met dezelfde oorlogsproblemen te maken als overal elders. In de over het algemeen grote gezinnen was de toestand behoorlijk moeilijk, denk b.v. eens aan die moeders die alle dagen weer voor eten op tafel moesten zorgen, niks geen gasstel, of electriciteit. Toch gingen humor en tragiek ook toen hand in hand.
Wat denkt u bij voorbeeld van het volgende historische verhaal.
Een paar weken vóór de tulpenpellerstijd komt vader Buis even langs bij bollenkweker Singer aan de Kleingouw. Dochter Afra zat daar al jarenlang in de zomer enkele weken aan de pellerstafel. "Singer", zegt Buis, "Ik heb voor jou niet zo'n mooie mededeling, ôs Afra komt dit jaar niet te pellen, want ze is guster door moeder benoemd tot eerste machinist van de vuurduvel!"
Moeder kon Afra onmogelijk missen in het huishouden, maar die extra centjes die Afra verdiend zou hebben moesten ze wel missen!
Ook in de oorlogsjaren werkt het belangrijke comité verder. De gedachte van een eigen school krijgt gestalte als in 1943 een kleuterschool in café Kuin van start gaat. Die bewaarschool (zo noemde men een kleuterschool toen) werd gerund door twee zusters uit Wervershoof, waar pastoor Busch veel deed voor Andijk.

Na de oorlog, het doel nadert snel.
Zoals veel zaken ná de oorlog, komt ook het zicht op een eigen parochie in een stroomversnelling.
De bevrijdingsrevue "Het is zomaar wat" leverde nog even f.800.- op, alles voor de in aantocht zijnde parochie.
Dan gonst in juli 1947 het gerucht over het dorp dat café "De Krimpen" te koop komt.
De vraagprijs is f.20.000.-. Men trekt weer naar Haarlem om toestemming. De onderhandelingen rond de koop nemen nogal wat tijd in beslag en moesten met omzichtigheid gebeuren. Of er meer kapers op de kust waren? Pas in maart 1948 heeft men het voormalige café door koop in handen gekregen. Het was een heel oud gebouw. Herberg "De Krimpen" was ouder dan b.v. de Buurtjeskerk van 1667, dus zo'n 280 jaar!
Maar dan komt de zaak ook in een stroomversnelling. Heel de katholieke gemeenschap in de Bangert wordt ingeschakeld. In april ontstaat een zangkoor, er moest miskleding komen, een naaikrans gaat aan de slag. Wat te denken van de bemoeienissen van het bouwcomité.

Pastoor Hooyschuur benoemt.
Op 4 juni 1948 wordt pastoor Hooyschuur tot pastoor in Andijk benoemt.
Er was natuurlijk nog geen pastorie, doch daar werd een uitstekende oplossing voor gevonden, pastoor kwam in de kost bij Piet en Boukje Sijm. Niet alléén omdat het "een goed huissie" was, maar ook nog omdat pastoor, zoals het hoorde, pal naast de kerk kwam te wonen. Immers café Kuin deed, tot de echte kerk klaar was, als zodanig dienst.

Parochie een feit. "Maria middelares van alle genade"
Op de plek waar nu "Sarto" staat wordt op 17 juli 1948, in de open lucht, het eerste lof gehouden. De volgende dag wordt de Mis opgedragen in café Kuin. De belangrijkste stap was gezet, men was zelfstandig. Dat wilde overigens nog niet zeggen dat men buiten de steun van Wervershoof kon. Denk b.v. maar eens aan de begrafenissen, dat bleven hele ondernemingen, vooral in de winter. Pastoor Hooyschuur deed wat hij kon, hij nam dan soms zes kinderen in zijn "kevertje" (Volkswagen) om die heen en terug naar Wervershoof te brengen.
Veel was hij ook op stap om geld voor de jonge parochie bijeen te brengen. Toen op 7 juli 1949 het eerste vormsel werd toegediend, waarbij de bisschop aanwezig was,moest er nog f.25.000.- voor de nieuwe kerk komen. Toch keek men ook al verder en de gedachten gingen al uit naar een eigen begraafplaats.

Krimpen wordt Kerk.
Eerste Kerstdag 1949 kon de Krimpen als kerk in gebruik worden genomen. Uiteraard gebeurd dat met veel kerkelijke aktivitelten. Maar in alle drukte deed pastoor Hooyschuur een uitspraak waarbij heel duidelijk zijn instelling naar voren kwam. Hij zei n.l.; dat voorkomen moest worden dat de mooiste plaatsen voor de rijken zouden zijn. Dat paste geheel bij de mentaliteit van de Bangert! In het kerkbestuur werden benoemt: C. Dekker, W. Deen, P. Sijm en D. Dol.

We gaan het verhaal afronden met de opsomming van de verdere aktiviteiten welke de parochie ondernam.
In 1950 kon gebouw "Sarto" haar poorten openen. Initiatiefnemers waren: Dirk Botman, Jan Breg en Cor Kuin.
Een paar jaar eerder werd de kleuterschool verplaatst naar de schuren van Andries Bank aan de toenmalige Stormweg en naar Jan "van Klaartje" (v.d. Gulik) aan de Dijkweg. Toen Sarto klaar was kwam daar eerst de "grote" school, men vertoefde er zelfs op het toneel.
Vijf jaar later kan de "Plus XII- later "Bangertschool" in gebruik worden genomen. De kleuters verlaten dan de schuren en vinden hun plek in "Sarto".

U heeft het al gelezen; "De Krimpen" was een oud gebouw. Ondanks de rigoreuze verbouwing bleef het karkas oud. Het lekte er nogal eens, nee het was toch niet de ideale oplossing. In mei 1969 werden de parochianen gepolst over het bouwen van een nieuwe kerk. Het gevolg was, weer een bouwkommissie, weer sparen. Met als enig verschil dat er toen in duizendjes gesproken werd, terwijl het veertig jaar terug om dubbeltjes ging!
Kortom, men behaalde het 25 jarig jubileum van de Krimpenkerk op een paar dagen na niet. Op 22 december 1974 werd de nieuwe kerk in gebruik genomen en hij staat in het hart van het gebied waar het allemaal is begonnen "DE BANGERT".
Volledigheidshalve volgen nog de namen van de pastoors welke in de parochie hebben gediend: Hooyschuur 1948-1953, Minneboo tot 1958, Brechten tot 1960, Stet tot 1974, Janssen tot 1979, Suidgeest tot 1993, dan tot heden pastor Maria Vos.


© 2001-2019 | Sitemap | Contact

Westfrieslanddag 2019