Kistemaker

Thuis » Jaarboeken Oud Andijk » 1999 » pagina 37-39

Over de spelling van de naam van het Andijker Geslacht Kooyman

Als nazaat in de 10e generatie van Claes Sijmensz (geb. ± 1650), heeft het mij altijd geboeid hoe de merkwaardige ontwikkeling in de naamgeving van ons Geslacht tot stand is gekomen.
Het genealogisch werk van de onvolprezen Piet Kistemaker, o.a. in 1977 resulterend in de publicatie "Het West-Friese Geslacht Kooiman", stelde mij in staat om na te gaan wat er met die naamgeving zo al gebeurd is.

generatie aantal
gehuwde
zoons
geboortejaren achternamen




I ± 1650 Claes Sijmensz
II 3 1676-1683 Cooyman
III 5 1705-1713 Cooyman
IV 5 1738-1754 Kooyman 5
V 13 1760-1801 Kooyman 13
VI 27 1792-1844 Kooyman 24 Kooiman 3
VII 37 1820-1874 Kooyman 10 Kooiman 25
Kooijman 2
VIII 46 1842-1915 Kooyman 13 Kooiman 33
IX 54 1877-1935 Kooyman 11 Kooiman 43
X 52 1911-1951 Kooyman 12 Kooiman 40

TOELICHTING EN OPMERKINGEN.

Claes Sijmensz werd bij de afrekening van de impost voor zijn begrafenis met Cooyman aangeduid.
De generaties II en III kenden uitsluitend de naam Cooyman. Daarna werd in plaats van de C een K gebruikt, zoals in die periode meer voor kwam.
De y bleef gehandhaafd.
In de generaties IV en V, met als geboortejaren 1738-1754 en 1760-1801,kwam uitsluitend de naam Kooyman voor. Dat veranderde in de generatie VI, 1792-1844.
Een zoon van Dirk Reindersz Kooyman kreeg in 1803 de naam Reinder Kooiman. Daarna gaf Willem Reindersz Kooyman bij de aangifte van 4 zoons aan de eerste, Reinder geb. 1811 en de tweede, Willem geb. 1814, nog zijn eigen naam Kooyman. De derde zoon Pieter geb. 18 16, en de vierde, Dirk geb. 1820, werden als Kooiman geregistreerd.
Deze drie eerste Kooimannen, in de generatie VI, zorgden samen voor 6 stamhouders in de generatie VII. Daar kwam bij dat van de Kooymannen van de generatie VI er een 9-tal hun kinderen met de naam Kooiman in het geboorteregister lieten inschrijven. Dat betekende in generatie VII nog eens 19 later gehuwde zoons Kooiman, zodat hun totaal op 25 kwam.
Opmerkelijk is dat twee broers Kooyman van generatie VI, ieder aan een zoon de naam Kooijman (met ij) mee gaven. Deze naam Kooijman is bij Kistemaker verder niet te vinden.
Opmerkelijk is ook dat, op een enkele uitzondering na, het verschijnsel van een Kooyman die zijn kinderen de naam Kooiman gaf, niet meer voor kwam na generatie VI.
Eén keer is het omgekeerde aangetroffen, van Kooiman terug naar Kooyman.
Naar aanleiding van de gebeurtenissen in de generaties V, VI en VII is het volgende belangwekkend te noemen.
Tot 1 maart 1811 werd de registratie van geboorte/doop, trouwen en overlijden/begraven uitgevoerd door de kerk. Na die datum was deze taak van overheidswege opgedragen aan de Gemeente.

Als in een periode van ongeveer 70 Jaar het 12 keer voor kwam dat een Kooyman één of meer 3 stamhouders de naam Kooiman bezorgde, lijkt dat niet veel. Maar op een totaal van slechts 37 Kooymannen blijkt de betekenis groot te zijn. In de tabel is te zien dat het aantal gehuwde zoons Kooyman in de daarop volgende generaties ongeveer gelijk gebleven is, ± 12 per generatie.
Bij de groep Kooimannen daarentegen van 25 in de generatie VII tot een niveau van ± 40 in de generatie X.
Nog duidelijker zijn de gevolgen voor de aantallen Kooyman en Kooiman te zien in de generatie X, 1911-1951. Uit de gegevens van Kistemaker blijkt het volgende. Van de geregistreerde vaders, zoons en dochters met de naam Kooyman bedraagt het aantal 45. Het aantal geregistreerden met de naam Kooiman in deze generatie X is niet minder dan 163.

EEN POGING TOT VERKLARING.

Nu duidelijk is hoe het met de naamgeving Kooyman - Kooiman kwantitatief gegaan is, komt uiteraard de vraag hoe het een en ander te verklaren is. Een paar vragen die gesteld kunnen worden zijn de volgende.
Hoe komt het dat de verandering van naam pas ongeveer in 1800 begon?
Mogelijk is de oorzaak dat voor 1811 de registratie van, met name, de doop in handen van de dominee was, die zijn taak naar behoren vervulde. Na 1910 zou een enkele gemeentelijke ambtenaar af en toe bij de registratie van de geboorte zijn werk minder secuur hebben opgevat, zonder door de aangevende vader op zijn vingers getikt te zijn.
Mogelijk, maar niet erg waarschijnlijk, is dat de keuze voor de i inplaats van de y bij de aangifte bewust gedaan zou zijn.
Waardoor de naamsverandering na plus minus 1870 niet meer voor kwam is niet duidelijk.
Een andere vraag is, hoe het kwam dat de Kooimannen flink in aantal toenamen en de aanwas van de Kooymannen stagneerde. Men zou kunnen denken aan de mogelijkheid dat bij de gereformeerden het aantal kinderen per gezin groter was dan bij de hervormden. Voor deze gedachte is overigens geen enkele ondersteuning te vinden. Er is trouwens geen enkele aanleiding te veronderstellen dat de naamswijziging voor of na 1834, het jaar van de afscheiding, vooral bij de gereformeerden zou zijn voorgekomen.
Ook in de richting van geboortebeperking in die tijd is nauwelijks iets te verwachten. Wellicht valt te denken aan de mogelijkheid dat bij veehouders, in verband met de opvolging op het bedrijf, er bewust gestreefd zou zijn naar beperking van het aantal kinderen. Maar voor veronderstelling dat er onder de Kooymannen meer boeren waren dan bij de Kooimannen is geen aanleiding Cijfers omtrent de kerkelijke richting, hervormd of gereformeerd, ontbreken helaas.
Bijzonder interessant zou zijn om te weten hoeveel van de 163 Kooimannen in de generatie X, tot de hervormde of buitenkerkelijke hoek te rekenen zijn en anderzijds hoeveel Kooymannen tot de gereformeerde of aanverwante geloofsrichtingen behoren.
Het enige wat uit de ter beschikking staande gegevens duidelijk geworden is, is het volgende. Het aantal gevallen (12) van naamswisseling bij de aangifte van de geboorte is, gezien de lange periode waarin dit voor kwam (70 jaar), zeer gering te noemen.
De gevolgen op de lange termijn zijn echter spectaculair. De 10e generatie telt 45 personen met de naam Kooyman, tegen 163 Kooimannen.
De verklaring hiervoor is duidelijk en berust op een toevalligheid. Onder de 9 Kooymannen in de generatie VI, waarvan de kinderen in de generatie VII de naam Kooiman kregen, waren er 3 die een relatief groot aantal later gehuwde zoons voortbrachten, namelijk 12, een abnormaal hoog gemiddelde van 4 per man, dat op toeval berust.
Mede daardoor kwam het aantal Kooimannen in 1 generatie van 3 op 25. Uitgaande van dit aantal en een geboortecijfer dat in de generaties VIII en IX iets hoger was dan van de Kooymannen, is te verklaren waardoor de naam Kooyman sterk in de minderheid geraakte. Men kan zeggen dat de in generatie XI opgelopen achterstand, door een toeval, niet meer in te halen was.

Terwijl mijn nieuwsgierigheid over de naamgeving van ons geslacht voor een groot deel bevredigd is, zijn er nog wel wat vragen overgebleven, maar dat zal altijd wel zo blijven. Met de uiteindelijk overheersende meerderheid van de naam Kooiman kan ik alle vrede hebben. Met vier zonen heb ik als Kooyman tenslotte mijn best gedaan.
Mij moet nog wel van het hart dat op het titelblad van "Het westfriese geslacht Kooiman" van Piet Kistemaker, de naam Kooyman beter op zijn plaats geweest zou zijn.
Mijn respect voor de deskundigheid en de energie waarmee hij het boek voltooide is er niet minder om.

Pieter Cornelisz Kooyman
Generatie X. 192



Noot redactie (Jaarboek Oud Andijk).
De redactie heeft in het archief in Hoorn een aantal steekproeven genomen en kwam tot de ontdekking dat in de VI generatie 6 x Kooijman en in de generatie VII 3 x Kooijman voorkomt.
Overigens doet dit geen afbreuk aan het artikel.


© 2001-2022 | Sitemap | Contact

Westfries Genootschap